Op een bijeenkomst van de Vlaamse Volksbeweging afdeling Grimbergen begroet ik een man die ik als volgt (met een gokje) aanspreek: “u lijkt op mijnheer X, ons bekend als kaderlid van het Vlaams Belang”. Betrokkene kijkt meteen heel verbolgen, hij corrigeert me nogal
nors: “met die partij heb ik helemaal niets te maken”. Hij maakt zich wel kenbaar… als de nationale voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, namelijk Michel Discart. Daarna draait hij zijn hoofd weg, einde gesprek. Oeps, ook welkom, zeg ik tegen mezelf, én tegen Nathalie, op deze bijeenkomst van een vereniging waarvan de grote baas verkiest om ons te negeren, na die mogelijks onvlaamse vrijpostigheid van mezelf. Niettemin sloten wij niet zoveel later vriendschap, op Facebook weliswaar.
Ik begroet hem bij die gelegenheid via messenger met een warm en gemeend welkomstwoord, maar… Michel Discart lijkt nogmaals mishaagd, ik krijg geen antwoord. Wanneer ik hem weken nadien via datzelfde kanaal wijs op zijn toch niet zo hoffelijk gedrag, schiet hij binnen de tien minuten uit zijn cynische krammen. Tja, zo wordt het voor ons echt moeilijk om nog mee te voelen met die Vlaamse Volksbeweging wanneer ze (zoals is gebeurd) uit de Vlaamse subsidiepot worden geweerd. Als een voorzitter zelfs zijn leden niet respecteert, wat wil hij dan bekomen van een overheid? Eendracht begint toch aan de basis, of niet Michel Discart?
Toen we ons boek Testament van Taal (2020) uitbrachten, werd dat door 14 van de 15 Hagelandse bibliotheken die we – met ons gratis aanbod – contacteerden, in hun collectie opgenomen. Enkel onze eigen stad zei neen, zonder opgave van reden, ondanks het feit dat er in de stedelijke bib een aparte afdeling is voor auteurs van Leuvense bodem. Indertijd was Jan Jambon de Vlaamse minister van Cultuur.
Wij schreven hem aan om te vernemen wat de criteria waren voor de bibliotheken op dit vlak. Er kwam geen antwoord, wij maakten onze vraag een tweede keer over, maar weer: geen antwoord. Ten einde raad contacteerden wij zijn partijvoorzitter, Bart De Wever. Maar ook van diens kant kwam er geen antwoord. Blijkbaar lagen ze bij de NVA niet echt wakker van Vlaamse solidariteit in de literaire bedrijvigheid. 
Mijn overleden zoon was iemand met een stevige Vlaamse reflex. Toen ik in 2019 het Boek van Vincent ter zijner ere had geschreven en er tegelijk een actie voor Kom op tegen Kanker van had gemaakt, schreef ik ook Theo Francken aan, de toenmalige burgemeester van Lubbeek. Ik bezorgde hem een pakket van 4 boekjes, tegelijk met een verzoek: deze exemplaren overhandigen aan zijn vrouwelijke partijgenoten Assita Kanko, Daria Safai en Zuhal Demir – ik herinnerde mij de favorieten van Vincent – met uiteraard één exemplaar voor Theo zelf. Ik dropte deze zending persoonlijk in de brievenbus van zijn gemeente (ik wou postzegels uitsparen, ik financierde immers het ganse zaakje zelf). Ik heb dagen, weken en maanden
gewacht op een reactie van Theo Francken. Maar ook na meer dan een jaar kreeg ik geen antwoord. Toen stuurde ik hem een mail, met mijn bedenkingen omtrent deze non-respons. Diezelfde dag nog antwoord: dat had waarschijnlijk aan de gebrekkige postbedeling gelegen, want zijn medewerkers in de gemeentelijke administratie hadden dat pakket nooit ontvangen. Ik vatte toen gans het verhaal samen en stuurde dat per mail naar zijn twee ondervoorzitters van NVA (Lorin Parys en Valerie Van Peel), met onze ontkennende Theo in cc (opdat hij zou kunnen meelezen). Van de ondervoorzitters: geen antwoord, maar haast instant bleek mijn pakket op de juiste plek in Lubbeek zijn terechtgekomen: bij burgemeester Francken, die zich dan plots rotschaamde en ons meteen uitnodigde voor een koffieklets op zijn kabinet in het Vlaams parlement te Brussel. Wij gingen op zijn invitatie in en aanhoorden zijn verwarde uitleg. Enfin hij wou alles goedmaken en vooralsnog de exemplaren bezorgen aan zijn drie vrouwelijke partijgenoten. Hij bleek zelfs geïnteresseerd in ons boek “Testament van Taal” en kocht meteen een exemplaar. Hij ging ons zeker zijn commentaar daarover bezorgen, hij was immers een verwoed lezer. Het was haast aandoenlijk hoe hij inzette op de wedergoedmaking, maar we zijn ondertussen zoveel jaar later en nog steeds geen antwoord. Ach.
Op een voordracht van het Europees parlementslid Tom Vandendriessche (VB), kreeg ik de kans om mijn verhaal te doen over de overval door een allochtone bende in 2023 – waarbij mijn witgouden kettinkje met hangertje waarop een vingerafdruk van mijn zoon – hardhandig werd afgerukt. Het was Dries Vanlangenhove, ter plekke aanwezig als cineast, die mijn gesproken relaas filmde.
Hij plaatste de opname achteraf op zijn website, wij hebben een tijdje nadien (tweemaal) contact proberen op te nemen per mail met Vanlangenhove, refererend naar dat filmpje, maar weeral: geen antwoord. Tja, laten “Vlaamse strijders” de basis liever lijden?
Roan Asselman (redacteur en jurist) van de Vlaamsgezinde en eerder rechtse opiniewebsite Doorbraak is nog zo’n afwezige held. Als voorzitter van de conservatieve vereniging Custodes organiseert hij regelmatig debatavonden, ook in Leuven.
Daarin komen eminente professoren aan het woord, maar dient het publiek blijkbaar zijn mond te houden. De vragenronde achteraf wordt telkens voortijdig afgesloten, precies uit schrik dat het volk de academische elite wel eens zou kunnen tegenspreken. En dan valt dat ganse kaartenhuisje van Asselman & co in duigen.
Enfin, het wordt voorspelbaar hier, wij sturen uit protest een mail en zoals u op voorhand kan weten: geen antwoord. Vlaanderen en volksdemocratie, daar willen die zogezegde toppers niet van weten. “Blijf in uw kot en hou uw kop”, zo lezen wij dat non-antwoord van Roan Asselman. OK Custodes, ge ziet ons niet meer terug.
Toen ik een paar jaar geleden als dienstdoende gids in ideologische onmin was geraakt met Kazerne Dossin kwam ik in contact met de Vlaams-joodse volksvertegenwoordiger Michael Freilich (NVA). Hij wou meer weten over de bedenkelijke agenda van het Holocaustmuseum inzake het links-extremisme, de politieke en woke correctheid, plus de semi-communistische gezindheid van de directie en meerdere gidsen. Ik werd uitgenodigd naar het kantoor van Freilich in het Parlement, waar ook gewezen nationaal politicus André Gantman aanwezig bleek te zijn. Hij was eveneens van Vlaams-Joodse origine en zetelde zelfs in de Raad van Beheer van Dossin. Er werd door beide heren aandachtig geluisterd naar mijn diepgravend betoog dat ik mij meende te mogen veroorloven als gids met meer dan 6 werkjaren en 500 rondleidingen op de teller. Vooral Michael Freilich betoonde zich van zijn hoffelijkste kant. Gantman daarentegen was nogal bot, raar toch, want “mijn documentatie” diende vooral voor hem van nut te zijn om verder aan te kaarten in Dossin. Ik werd door beide heren bedankt voor bewezen diensten. Gantman beloofde me contact te houden over de afloop van deze zaak. Maar… er kwam niks meer, geen enkele navolgende mail, zelfs als ik persoonlijk een bericht zond naar Gantman: geen antwoord. Achteraf denk ik dat die gast gewoon “zijn zakken heeft gevuld” met mijn informatie en verder was ik voor die man voortaan “quantité négligeable”. In het schoon Vlaams wil dat zeggen: rot op jong!
Toch is het niet over de ganse lijn kommer en kwel met die communicatie vanuit Vlaanderen en zijn bekende politieke en intellectuele koppen. Maar, in onderhavig geval, zijn het wel de… dames geweest die de eer hebben gered. Na bijna twee jaar aandringen bij het heerschap Theo Francken, bezorgde deze het Boek van Vincent aan zowel Zuhal Demir als aan Assita Kanko en Darai Safai. Die knappe madammen – nogmaals, door Vincent bij leven reeds geselecteerd – bezorgden ons terstond een teder verpakt antwoord.
Zuhal deed het met een handgeschreven briefje, Assita reageerde met een lieve mail en Daria wist ons te vinden via messenger. Bedankt mooie dames, vanwege de vader (én de liefmama) van de gestorven zoon: ons postuum merci uit naam van de jongen die ooit een supporter van jullie was. Het waren hier de vrouwen van Vlaanderen die hun hart toonden, zo schoon. Voor de rest van die Vlaamse pronkhanen hebben wij minder respect. Ik besluit met een groter trouw aan de V van Vrouwen dan aan die van Vlaanderen, en om te beginnen zwaai en zwier ik met vendel, vlag en wimpel het liefst nog voor voor mijn eigen vrouw.
