Onlangs kwam ik met mijn fiets aan de hand uit de ondergrondse garage van onze blok. Het was stralend weer, ik was helemaal klaar voor een tochtje langs de Vaart naar Mechelen. Ik duwde mijn rijwiel de kleine helling op om dan met de sensorsleutel de poort te openen. Ik deed dat gedachteloos, een handeling op de automatische piloot, ik zat nog in de relaxe sfeer van tien verdiepingen hoger, waar ik met mijn schone geliefde op een loftje tussen de wolken woon.
Terwijl de poort traag omhoog schoof en ik langzaam ontwaakte uit mijn verliefde bespiegelingen, werd ik plots met een harde klap ontnuchterd. Pal voor mij viel er een blauwe vuilzak naar beneden, een doffe plof op luttele centimeters van mij. Was ik een fractie van een seconde eerder naar buiten gewandeld, dan had ik dat gevaarte pardoes op mijn hoofd gekregen. Ik reageerde bliksemsnel, puur op adrenaline, en speurde langs de buitengevel naar de ramen van de appartementen die uitgaven op de straat. Niks of niemand te zien, tot er iets later toch twee slaapkoppen kwamen kijken. Het was een Kroatisch paar met wie ik al eens een praatje sloeg en die zich afvroegen of ik soms een probleem had, en of ze konden helpen. Dat laatste konden ze helaas niet, zij woonden op het vijfde en de zak kon volgens mij hoogstens van het derde of vierde naar beneden zijn gesmakt. Van een hogere verdiep gesmeten zou hij opengereten zijn, wat niet het geval was. Ik zag evenwel dat er niet het reglementaire “plastiek” in zat, maar zwaarder materiaal, huisraad en afval allerhande, ook kleine metalen voorwerpen. Hoogst verdacht toch, dit was letterlijk de overtreffende trap van sluikstorten, uiteraard met gevaar van lichamelijke letsel voor wie zich onder deze vallende blauwe bom bevond, deze jongen dus.
Mijn reflexmatige reactie was de politie opbellen, voor onmiddellijke interventie en opsporing ter plaatse, de dader bevond zich immers in de buurt, meer dan 3 of vier mogelijke verdachten konden er niet zijn. Ik contacteer daarom de dispatching van lokale politie Leuven en krijg (na volle 10 minuten wachten) als instant antwoord: u kan een… contactformulier invullen om deze vorm van sluikstorten te signaleren. Godverdomme, heb ik toen gevloekt, ofwel stuurt ge een ploeg ofwel bel ik mijne maat Mo, onze burgervader (bluf natuurlijke, ik ken Ridouani wel persoonlijk, maar hij heeft een bloedhekel aan mij, de antipathie is wederzijds, dit terzijde). Enfin, een uur later is er
dan toch een patrouille opgedaagd, op hun gemakse. Het was zondag en schoon weer, de weekendpremie was toch al verzekerd, hopelijk zonder al te veel schrijfwerk, want zei de vrouwelijke inspecteur: zo zwaar ziet die zak er toch niet uit. Ik stelde haar voor om hem eens op te heffen, maar daar ging ze niet op in, dus werd ik wat vranker: oké, dan wil ik hem wel oppakken en naar het derde verdiep gaan, blijft gij mooi tegen de gevel staan, dan smijt ik dat gevaarte naar beneden, zegt gij me daarna maar of het pijn heeft gedaan? Tja, dat mens keek me aan met giftige blik en toen haar mannelijke collega opperde dat het hier hoogstens om een GAS-boete kon gaan – een gemeentelijke administratieve sanctie – vroeg ik hem: ten laste van wie dan? Dat wist hij ook niet, hij was immers geen getuige geweest van de feiten. Om maar te zeggen: er werd daar wat afgezeverd door die twee. Plots gingen aan de overkant haast tegelijkertijd twee ramen open: een mij onbekende dame en heer, riepen – onafhankelijke van mekaar – dat de zak vanop het derde naar beneden was gegooid, en dat ze dergelijke feiten meermaals zien gebeuren, steeds vanuit hetzelfde venster smijt de zakgooier zijn zware vuil naar beneden. Daarna verdwenen deze mensen vliegensvlug, te rap om hen te kunnen identificeren. Hun burgerplicht was vervuld, maar precies met toegenepen billen, uit schrik voor mogelijke (onvlaamse en omvolkte) wraak?
Awel, zei ik tegen de twee inspecteurs, dan kan jullie speurtocht nu misschien van start gaan. Nee hoor, die begonnen daar nog wat tegen te pruttelen, want er waren een paar obstakels: hoe moesten ze binnengeraken in de blok en bij wie dienden ze aan te bellen. Oh my god, Allah help mij, ik dacht dat ik ging ontploffen, maar als de nood het hoogst is kan de… islam een oplossing bieden, inderdaad. Ik liet stoemmelings opnieuw de naam van mijn kameraad vallen, de soms woeste en vaak woedende (ten aanzien van mij) oppermoslim: Mister
Mo. Binnen de kortste keren liepen die twee nitwit-wetsdienaars gedwee achter mij aan ons gebouw binnen: ik toonde hen in de hall de naamlijst van de bewoners en legde hen de werking van de bel uit, vervolgens hoe de lift op te roepen en een verdiep uit te kiezen. Tenslotte toonde ik hen waar ze moesten uitstappen, en dan onmiddellijk rechts en verder links enzovoort enzoverder tot ze voor één van de mogelijke deuren stonden waar de dader kon wonen. De rest van de opsporing heb ik aan hen overgelaten, niet omdat ik ze volledig vertrouwde maar ik heb soms last van mijn hart ten gevolge van de irritant lamentabele werking van (onder andere) onze geïndoctrineerde ordediensten in onze links & woke geïnfecteerde stad.
De uitslag van deze aanval met een zware afvalzak tegen “onbekenden” (dat was ik, want ik ken mezelf) was eigenlijk meer dan voorspelbaar: de dader was een zwakkere, een verwarde persoon die zich onze normen en waarden nog niet had eigen gemaakt en die alles wat hem hier ten laste is gewoon naar buiten kegelt. Want de regels voor Vlaamse huisvuilophaling zijn nog niet vervat in zijn uitheemse cultuurpakket, betrokkene is nog bezig met zich aan te passen, met ander woord: hij trekt zich geen zak aan van onze properheid. Achteraf hoorde ik nog dat de sociale dienst van de stad zou gemobiliseerd worden, en er was sprake van (een tip van de wijkmanager, wie dat ook moge zijn) om meer de “verbinding” aan te gaan en de hand uit te steken om mekaar intercultureel te helpen.
Ik heb er toch iets van opgestoken, ik hou voortaan beide handen boven mijn kop als ik de garage uitkom, want – dit gaat u niet geloven – reeds ’s anderendaags na dit feit én ook de dag nadien vlogen er terug vieze vuilzakjes vanuit dat raam de straat op.
Wie tegen alles en iedereen in (zoals onze onnozele en blinde linkiewinkies) positief wil blijven, kan daarin het bewijs zien dat de venijnige smijter met zijn exotisch leefpatroon het inderdaad moeilijk had om onze inheemse netheidspolitiek op te pikken. En bij monde van onze politie klonk het: ach, deze keer waren het niet meer dan zakjes, zoiets valt alleszins zachter, dus toch maar dat contactformulier etc. Mijn troef van Mister Mo Slim heb ik niet meer uitgespeeld. Ik word er moedeloos van, en om eerlijk te zijn, onze burgemeester gaf mij enkel een minimum aan respons: tot vóór 13 oktober 2024. Sinds zijn herverkiezing sluit hij sommige bewoners nadrukkelijk uit van zijn gepromote dialoog met de burger. Als zoon van Allah bakt hij het bruin, hij lacht met ons volk.
