Over mijn goeie maat en gewezen collega Juliaan uit Becquevoort geraak ik moeilijk uitgepraat. Hij deed zoveel veldwerk in de seks, zowel privé als professioneel, dat ik eigenlijk een boek over hem zou moeten schrijven. Daar heeft hij geen bezwaar tegen, maar eerst wil hij doodgaan, dat is zijn mening daarover. Dus zal het nog zo’n 25 jaar wachten zijn op die bundel wulpse literatuur, want Juliaan is pas 76. Hij heeft nog zoveel vriendinnen op de wachtlijst staan om zijn minnares te worden. Nee, een gemakkelijk leven heeft hij niet als gepensioneerde, elke dag en iedere nacht is er werk in de erotieke winkel, zijn steel en melk zijn nog zeer gegeerd.

Een lezeres uit Baalrode attaqueert me via messenger omdat ik te vaak zulke “kutverhalen” schrijf. Zij zegt verontwaardigd te zijn omdat ik als oud-dorpsgenoot het niveau van hun gerenommeerde cultuurdorp naar beneden haal. Ik antwoord dat ik haar uitlatingen nogal kras vind, ik dacht dat ik de Baalrodenaren mee op de kaart van Facebook had gezet, mede omdat ik hun ongeremde seksuele exploten telkens verschoond en zelfs geminimaliseerd heb, mag dat even, ja? Maar wat er eigenlijk ten gronde speelt: ze kan het niet hebben dat ik dat spetterende Becquevoort, de buurgemeente en hun grote culturele concurrent, hier extra in de verf zet. Pisnijdig wordt zij daarvan. Daarbij gaat het in haar geval (als verlepte lesbische) ook om penisnijd.
Ze benijdt zowel mij als Juliaan omwille van het feit dat we libertijnse ridders zijn geweest, volkse jongens die hun beider dorp hebben gediend door de erotiek op een dienblad aan te bieden, ten gerieve van Jan (= de pastoor van Baalrode) en alleman.
Moge madam Lesbo (LB) dat eens in overweging nemen, dan kan ik nu verder gaan met mijn volgend “kutverhaal” dat tevens een “lulverhaal” is, jawel.

Kameraad Juliaan zit graag op zijn praatstoel, op voorwaarde dat het over zwoele verhalen mag gaan. Ik luister geboeid naar zo’n vitale man die nooit klaagt of zaagt over mogelijke ongemakken. Neen hoor, hij pakt gretig naar borsten & billen als thema en hij steekt van wal. Ik zie zijn 76-jarige helderblauwe ogen dan blinken en twinkelen. Hij is een frisse adonis die op een jonge manier zeer oud van jaren zal worden, zijn geest blijft viriel. Lees hieronder zijn erotisch relaas dat hij alzo haast woordelijk tegenover mij heeft uitgesproken. Ik heb enkel wat passages weggecensureerd – niet om madam LB uit Baalrode ter wille te zijn – maar om ons beider beroepsgeheim als politieofficieren retroactief te respecteren.

Eind jaren ’80 moest ik samen mijn jonge collega Jaak op controle gaan in een bekende én beruchte seksclub in de Zuiderkempen. Volgens onze erg deskundige informant Romain (zie vorige week: deel 1) deed men daar een beroep op een bronstige horde negers (= Afrikaanse jongens en mannen) om de wellustige vrouwtjes te gerieven, het woord zegt het zelf: wegens hun gerief, uiterst zwart en buitenmaats. Zulke primaire seks wilden wij checken, want als daar moest voor betaald worden, dan deed de baas van de zaak aan pooierschap. En inderdaad, ook Jaak kon het – in al zijn onwennigheid – niet ontkennen, daar werd flink in het zwart gevogeld. De blanke madammen schoven in lange rijen aan om opgepikt en doorprikt te worden door zo’n Congolees of Nigeriaan – Baviaan, meende Jaak, nee jong, da’s nog geen volk – enfin, die donkere speerpikken vlogen en vlokten aan een speedtempo. De dames werden soms half dronken of helemaal onnozel gepoept afgevoerd door hun… partners, die braaf aan de kant zaten en zelfs durfden applaudisseren en luid juichen als er (vaak) recht en diep in de openliggende rozen werd geschoten. Dat was eigenlijk eerder grote kunst dan stijf gelul met kut & co. Toegegeven, Jaak – alhoewel verlegen en bedeesd – en zijn dienstoverste (=ik) genoten met volle teugen.
Ik dacht op de meest verheven momenten, met het zicht op die glimmende totempalen en glinsterende dalen, aan een bekende koloniale dichtregel: ”wij zijn allemaal negers in het diepst van onze fantasie”. Met een licht raciale aanpassing corrigeer ik dat: liefst in de “witte” versie van mezelf, maar graag met dezelfde welschapenheid.

Juliaan raakt nog in vervoering – of zie ik zelfs een begin van trance – als hij dit verhaal oprakelt. Hij wordt plots erg filosofisch en heeft het over de grote schoonheid en de intrinsieke goedheid van de mens die zich toelegt op de seksuele cultuur.  Zelfs wilden – zoals de meeste negers, misschien ook sommige indianen en alle jihadi’s – kunnen dan een niveau bereiken dat hun primaire instincten overstijgt. Ik luister ademloos, dit is allicht typisch de verheven taal van een jongen uit Becquevoort die het “gemaakt” heeft. Ik kamp nog met mijn Baalrodense aard, daar is de bronst ook gezond maar toch lager van aard. Enfin, ik werk eraan, dank u Juliaan, vertel nu verder.

Op zeker moment werd de eerste delegatie van de intiem beukende en hevig zwetende negerbrigade vervangen door een nieuw peloton zwarte neukers. En ja hoor, een nieuwe rij van geile gleuven schoof aan, maar… miljaarde, wat zag ik: ik kende die gasten, ondanks hun donkere tronies, dat waren overbekende sportmannen, uit Leuven nog wel. Dat was de volledige basketbalploeg van onze stad, allemaal professionelen die onze blanke spelers al lang naar huis hadden gespeeld. Hun gemiddelde lengte schatte ik op 2 meter, hun spel was ongeveer… ach, doet niet ter zake. Dat werd daar een erotische en exclusieve sportwedstrijd uit de ere-seks-klasse, jawadde. Ik heb de stand onmogelijk kunnen bijhouden, Jaak raakte ook de tel kwijt, vooral omdat ze door mekaar zaten te scoren. De ene wachtte niet op de climax van de andere, typisch voor Afro-sporters. De boom in jong, is zo’n typsiche uitdrukking die zij onderling gebruiken. Maar wij, de schaapachtige Jaak en zijn baas (ik), wij hadden onze wedstrijd wél verloren. Wij konden geen illegale daden vaststellen, nergens een transactie van geld richting negers. Orgasmes in het zwart zagen we er bij de vleet, maar wat waren wij daarmee? Eigenlijk werden wij daar een beetje vernederd, zowel beroepshalve als privé, want er had zoveel gladde snee op dat zwarte spel gezeten dat wij met lege handen en volle zak naar huis werden gezonden. Onze score was nul, onmondig uitgeluld.

Weer eens was ik sprakeloos van het geweldige lustverhaal dat Juliaan hier voor mij uit de losse pols en het heldere geheugen had opgedist. Ook was ik wat verheugd over de culturele kruisbestuiving die in dit tweede deel werd uitgebeeld. Het bewijs werd er gegeven: de zwarten kunnen makkelijk mee met de blanken, ze zijn zelfs in staat om ons te overtreffen als ze hun (zogezegde) luiheid willen overwinnen. Noch Juliaan, noch ik, zijn racisten. Wij bewonderen negerinnen niet minder dan blanke madammen, maar mijn maat is wel de strafste van ons twee: als afsluiter van de luistersessie stelt hij me totaal onverwacht voor aan zijn nieuwe vriendin: een donkerzwarte en wonderschone parel uit Senegal, een heet geval, kameraad, besluit hij met een schalkse knipoog. Ik feliciteer mijn maat van harte, maar ik zeg hem niet dat ik mezelf toch de slimste van ons twee blijf vinden: ik ben eeuwig verliefd op mijn blanke Nathaliefje. Tevreden fiets ik naar huis, fier op de trouw aan mijn vast verworven enige vrouw.