We moeten meer met mekaar praten, dat propageren onze overheidsdiensten, daarbij principieel gevolgd door de sociale sector, en ook de politie blijkt mee te gaan in het cultiveren van deze gespreksfilosofie. De babbelcultuur is heden ten dage immens populair geworden, tot spijt van wie van nature eerder een zwijger is. Dat laatste gold bovendien “als goud” voor mensen van mijn generatie, wij “verzilverden” niet meteen onze ideeën. Wij dachten liever na eer wij spraken, dat is althans mijn achteraf-gedacht.
Heden denk ik: het is toch om onnozel van te worden, al dat gebazel in de media, de woordendiarree in de platte reclame, het psychotherapeutische gelul, het geleuter van BV’s en de gebakken lucht van pseudovedettes en ééndagssterren. Het gevaar dreigt dat onze maatschappij in een steriele praatbarak gaat ontaarden, meer nog: in plaats van bedachtzame oplossingen te bedenken, ontaardt onze samenleving in het creëren van nog meer (aangeprate) problemen. Hieronder een paar flagrante voorbeelden van het tater-falen.
In de gemeente Herent heeft men in een nieuw aangelegde woonwijk – waar alles nog blinkt van de netheid, met propere huisjes in het frisse groen, met leuke speeltuigen voor de kinderen en overal bomen, planten, en bloempartijen – enorm veel last van hangjongeren die het plaatselijke park teisteren met hun lawaaierige aanwezigheid, zowel tijdens de dag als ‘s avonds en zelfs ’s nachts. De buurtbewoners hebben reeds meermaals contact genomen met de lokale politie om de overlast te beteugelen.
De ene klacht na de andere wordt neergelegd, en de politie repliceert als volgt: gelieve hiervoor minder beroep te doen op onze diensten, tracht zelf het gesprek op te starten met de jongeren, ga de “verbinding” aan…
In Wijgmaal, deelgemeente van Leuven, werd voor immens veel geld van de stad een gigantisch skatepark aangelegd voor de plaatselijke jeugd. Het betreft echt een prestigeproject, professioneel is het een pareltje. Bravo voor de architecten en zeker voor het stadsbestuur, ere wie ere toekomt. Maar, in de onmiddellijke en ook iets verdere buurt, wordt er steen en been geklaagd.
De bewoners lijden meer dan een klein beetje onder de overlast: permanent lawaai, hoe later op de dag hoe luider het rumoer, plus overal zwerfvuil, onmiskenbaar druggebruik mét aanwezigheid van dealers, tot dreigementen en pure agressie tegenover de voorbijgangers en nabije buren. De politie blijkt er achter de feiten aan te hollen, een buurtcomité stelt voor: plaats een geluidswerende omheining rond dat park en doe het zaakje ’s avonds op slot. Respons van de stedelijk verantwoordelijke:
neen! wij gaan aan geen gettovorming doen, dit moet een open “community” blijven, praat met mekaar, zoek een compromis…
In de gemeente Boutersem, gelegen tussen Leuven en Tienen, blijkt er permanente overlast te zijn van “jongeren” in de stationsbuurt: opstootjes alom, treinreizigers worden lastig gevallen, nachtlawaai, drugstrafikanten- én gebruikers, kleine diefstallen en vandalisme etc. De politie lijkt de problematiek niet aan te kunnen, of (mijn hypothese): krijgt niet de vrije hand van de gemeentelijke overheid om hier krachtdadig een eind aan te maken door middel van gepaste repressie met proces-verbalen en doorverwijzing naar het parket voor de stafrechtelijke afhandeling. Neen, zegt de gemeente, wij verkiezen een preventieve aanpak, wij zetten in op “overleg” met de familie van de jonge daders. Er werd te dien einde een “task force” opgericht, in vrije vertaling luidt dit op zijn schoon Vlaams: een “praatbarak”. Fuck you inwoners, hun belang zal behartigd worden met: bla, bla, bla etcetera.
Zowel in de stad Tienen als in de gemeente Zoutleeuw werd een tijdje geleden een samenscholingsverbod uitgevaardigd, de inwoners van bepaalde wijken mochten na 20 uur nog slechts met maximum 2 personen samen buitenkomen. Onbegrijpelijk en zelfs verbijsterend voor zulke – van oudsher vreedzame – locaties. Maar op beide plekken was de overlast niet meer houdbaar, de respectievelijke burgemeesters konden de geplande integratie van bepaalde nieuwkomers niet meer de baas. Maar in plaats van te kiezen voor een doortastend optreden van hun politie met een sanctionerend beleid tegen alle mogelijke vergrijpen (drugs, geweld en vuiligheid) opteerden zij voor eerder preventieve maatregelen door samenscholing van meerdere personen tegen te gaan, let wel: dit gold eveneens voor hun lokale bevolking, die deelden ongevraagd en onschuldig mee in de klappen.
Beide burgemeesters hadden wel een boodschap voor het eigen
volk: niettemin in dialoog blijven gaan met de exotische inwijkelingen, niet polariseren of stigmatiseren, blijven spreken met mekaar, over de culturen heen, zo luidde hun parool, maar… in welke taal? Dat laatste zeiden zij er niet bij, want om te beginnen was dat al onmogelijk in het Nederlands. Tja, daar sta je dan in dat dovemansgesprek, met in het beste geval wat stuntelen in Hagelands Engels of gesticuleren met gebarentaal.
In Rillaar (bij Aarschot) werden er onlangs in een bepaalde wijk meerdere gevallen van vandalisme vastgesteld. Dat onfrisse nieuws vernamen we via de lokale TV-zender ROB. Er werd niet ingegaan op mogelijke oorzaken en nog minder op wie misschien de daders zouden kunnen zijn. De lokale politie deed zogezegd een onderzoek. Eén politieker wilde zich wel uitspreken, zelfs voor de camera, de man was een plaatselijk lid van de partij Groen. Hij hield meteen een vurig betoog om meer met mekaar te praten, wij verstonden zijn boodschap als volgt: de lokale bevolking moet het gesprek aangaan met de nieuwkomers. Hij voegde er aan toe dat hij zelf onlangs het goede voorbeeld had gegeven, hij had deelgenomen aan de Iftar-maaltijd. Tja.
In Leuven worden wij de laatste jaren in niet geringe mate geteisterd door de plaag van het alom aanwezige zwerfvuil. Meerdere inwoners dumpen zonder schroom hun afval op de in hun ogen meest opportune plek. Met de reglementaire dagen en uren van de voorziene vuilnisophaling wordt er helemaal geen rekening gehouden. Kalenders en campagnes van de stad lijken geen enkel effect te hebben bij dit onburgerlijk soort bewoners. In hun lukrake vuilstorterij werden zij tot voor kort eigenlijk nog geholpen door de stadsdiensten: het niet correct buiten geplaatste vuil werd immers óók opgehaald, zelfs meermaals per week, dus waar is het probleem (redeneren die onverlaten, in gewone mensentaal: vuile profiteurs). Maar… deze laatste regeling, een onbegrijpelijke geste tegenover bewuste sluikstorters, werd recent tóch afgeschaft. Het is ook niet dat de stad helemaal geen actie onderneemt, want met mondjesmaat worden er momenteel
camera’s geplaatste ter controle. Wie betrapt wordt, riskeert een GAS-boete die kan oplopen tot 500 euro en dient bovendien op te draaien voor de opruimingskosten. Prima toch, ware het niet dat de stad benadrukt dat “ze niet meteen overgaan tot het uitdelen van boetes”. Neen, men gaat eerst proberen te bemiddelen met de overtreders, die dan eventueel een taakstraf kunnen bekomen en ondertussen het gesprek kunnen aangaan om tot “proper” inzicht te komen. Voor de politie voorziet men bij dit toch wel mottige probleem nog enkel een resttaak: er wordt een inspecteur tot afvalflik benoemd. Als gewezen lid van dat korps denk ik dan: wat een armzalige regeling.
De politiemensen worden haast letterlijk bij het afval gezet. Ze dienen volgens de stadsbeschikking ter zake nog enkel als aanspreekpunt, in plaats van te mogen verbaliseren worden ze deskundig gedumpt.
Bovenstaand relaas bevat mijn heel eigen kijk op de zaak, ik stam uit een andere generatie, waar er nog voorrang werd gegeven aan wettelijkheid en orde, waar discipline en properheid toch tot de prioritaire normen behoorden. Misschien vergis ik mij, is mijn kritiek achterhaald en moet ik dringend proberen “bij en door te praten” met de profeten van het alom gepredikte verbindingsevangelie en hun eeuwige overleg dat ons de veel besproken hemel op deze vol getaterde aarde belooft.
Voorlopig zwijg ik, en schrijf dit stillekes op.
