Deel 1

Claude Vorilhon (°1946) is een gewezen Franse testwagenrijder en autosportjournalist die in 1973, na zijn ontmoeting met buitenaardse wezens, de religieuze Raëlische Beweging heeft opgericht, en momenteel nog steeds leidt. We zouden het als een wereldwijde aliens-religie kunnen beschouwen. Sindsdien liet de man zich ook Raël noemen.

Raël beweert dat hij destijds, door bemiddeling van goddelijke krachten, een tijdje op een andere planeet heeft vertoefd, daar had hij met Jezus, Boedda, Mozes en Mohammed gesproken. Hij zou van hen de opdracht hebben ontvangen om een nieuwe wereld te creëren, vol harmonieuze en vreedzame mensen, vrij van geld, ziekte en oorlog. Die taak vatte Raël sindsdien op als zijn heilige missie, hij richtte vanaf dan zowel nationaal als internationaal zijn “ambassades” op. Dat waren comfortabele en zelfs luxueuze huizen waar hij zich integraal op zijn alom gepredikte liefde kon toeleggen.
De algoede goeroe verwierf een financieel kapitaal dat hem dankzij duizenden en duizenden brave volgelingen werd verschaft, hij schreef talrijke boeken en gaf onophoudelijk voordrachten. De kassa rinkelde van al het kletterend geld dat verdiend werd, de goddelijk-nobele taak van Raël bleek een puissant verdienmodel. Zelf verklaarde hij dat het hem helemaal niet om het materiële gewin ging, maar zijn missie bestond principieel uit een permanente bekommernis om de meest diverse uitingen van liefde. Daarom selecteerde hij zijn naaste medewerkers uit de mooiste vrouwen die zich aanboden, vanaf de leeftijd van 15 jaar werden meisjes geschikt bevonden om hem ten dienste te staan. Hoe knapper een jonge vrouw was, hoe rapper ze in de hiërarchie van Raël omhoog kon klimmen. Het was werkelijk drummen om in zijn gunst te staan. De beloning bestond dan, om te beginnen, uit een seksuele voorkeursbenadeling. De climax en het opperste orgasme waren echter van non-seksuele aard: het betrof wél prioritair en exclusief het eeuwige leven dat Raël aan zijn uitverkoren slavinnen beloofde. Dankzij zijn directe contacten met het Opperwezen kon hij hen laten selecteren om nooit meer voor een menselijke dood in aanmerking te komen. Mooi toch, een sexy boodschap, vond hij zelf. En dat geloofde ook een zekere Lydia Hadjari (°1982). Reeds als jong kindje was zij door toedoen van haar labiele moeder in de satanische en perverse handen van Raël terechtgekomen. Daarna was zij als aankomende puber totaal in zijn ban geraakt, zij leverde zich zodanig aan hem over dat zij zijn “eerste liefdesdame” werd. Lydia zweefde een paar jaar van genot, zij voelde zich hemels gelukkig dat zij haar erotisch roofdier (zo noemde zij hem later) kon bevredigen. Tot de seksontsporingen zover gingen dat er opeens… honden op het toneel verschenen. Lydia werd door Raël gedwongen tot bestialiteit, jawel, seks met dieren. Dat werd dan het (weliswaar trage) omslagpunt voor Lydia. Zij stapte met de laatste moed die haar nog restte uit de Raëlische beweging en begon als 25-jarige haar erg moeizame gerechtelijke actie tegen de diabolische man die met zijn op hol geslagen primaire driften een erotische pijnbank voor meisjes en vrouwen had geïnstalleerd. Hij was in geen enkel opzicht een heilige maar bij uitstek een barbaarse geilaard, wel met veel macht en nog meer geld.

Lydia Hadjari zet haar juridische strijd tegen deze sekte nog steeds verder, dat verloopt slechts met wisselend succes. Raël lijkt grotendeels onkwetsbaar, zelf is hij daar geenszins verwonderd over: zovele onaardse opperwezens steunen hem. Zijn mentale en fysische indoctrinatie- en martelpraktijken zijn goddelijk geaard & verklaard, vanwege hemelse stemmen die hem zeggen: neuk gerust verder jong. Dat onsterfelijke leven van Raël maakt hem onschendbaar, de hel bestaat enkel voor wie niet in hem gelooft.

Toch even volgend verrassend maar zeker niet onbelangrijk detail meegeven: Lydia heeft nooit ontkend dat ze lange tijd erg gecharmeerd is geweest door de exclusieve belangstelling – ook seksueel, zelfs met zweep – die ze van Raël kreeg, ze was zo vereerd om zijn eerste prinses, zijn prima donna, te zijn. De spijt en de verwijten kwamen pas in een later stadium, mogelijks bij zijn beestige spellekes, met de opgehitste honden in zijn religieus circus.

Deel 2

Suzy Hamilton (°1968) was een Amerikaanse middenafstandsloopster (800m en 1500m) die in de jaren ’90 internationale bekendheid verwierf door zich driemaal voor de Olympische Spelen te selecteren. Wat betreft titels, medailles en records bereikte zij evenwel niet het allerhoogste niveau. Zelf zocht ze daarvoor de diepere oorzaak in haar gebrek aan mentale weerstand. Ze kon de enorme wedstrijddruk om alzo een wereldvedette te worden net niet aan.

Suzy Hamilton was een good looking girl, een ranke blonde schoonheid, verloofd en later gehuwd met een all American boy. Ze waren voorbestemd om een droompaar te worden, ook ondanks het feit dat Suzy van zichzelf vond dat ze eigenlijk fundamenteel gefaald had in haar sportieve ambities. Haar partner bood troost, ze hadden mekaar en dat was toch het voornaamste. Maar er kriebelde iets bij Suzy, ze had last van een latent ongenoegen. De liefde was mooi, maar toch… ook onvoltooid (zoals ze later in haar autobiografie schreef). Op zekere dag had ze zin in een speels erotisch verzetje. Ze wou het eens met zijn drietjes doen, liefst met een vrouwtje erbij. Haar man was niet overtuigd, maar zwichtte.
Zo gezegd, zo gedaan, en Suzy ontdekte instant dat dit echt wel haar ding was, misschien niet die expliciete vrouwenliefde, maar het pikante experiment. Wow, ze kickte op die spanning, in tegenstelling tot de stress van de topsport die haar gekraakt had. Suzy wou nog van dat, om het even of dat met een supplementaire vrouw of man was, haar partner zei: neen… maar gaf haar tijdelijk toch een vrijgeleide om solo verder te experimenteren. Suzy leefde helemaal op, weg was dat permanente onbehagen. Zij vloog plots door het leven, de vlinders in haar buik tilden haar naar de hoogste top, want… ondertussen was zij geld beginnen vragen voor haar exclusieve seksuele diensten en binnen de kortste keren stond zij in de officieuze erotische call-girl catalogus van de USA als absolute nummer 1 vermeld, weliswaar onder een schuilnaam. Zij was een seks-topster geworden, het niveau dat ze in de loopsport dus niet bereikt had. Raar maar waar, haar partner liet haar begaan, hij zag hoe gelukkig zijn Suzy was geworden, hij gunde haar dit opperste genot.
Zij was immers ook privé en familiaal zoveel aangenamer geworden.

De buitenwereld was uiteraard niet op de hoogte van de seksuele (dik betaalde) escapades van Suzy Hamilton. Men dacht gewoon dat zij van de immense druk die topsport meebracht, verlost was… tot zij onder haar mannelijke klanten een journalist tegenkwam die haar herkende… én die haar wou afpersen (gratis seks!) of hij zou haar pikante bedrijvigheid wereldkundig maken. Suzy zag de bui hangen en koos voor de vlucht vooruit. Zij belegde zelf een persconferentie en bekende alles: zij was “tot haar groot geluk” een luxe-prostituee kunnen worden. Bij gebrek aan succes in de topatletiek was dat de perfecte compensatie geweest voor haar, een opgefrist bestaan, ook met alle dank aan haar lieve man.
Maar het was tegelijkertijd een einde verhaal voor de super-de-luxe call-girl Suzy Hamilton. Zij was “maatschappelijk” verbrand, ze werd beklad en verketterd. Suzy trachtte in paniek te redden wat er te redden viel: zij was (mogelijks) zichzelf niet meer geweest, ten gevolge van antidepressiva, misschien had ze zelfs geleden onder een lichte bipolaire stoornis, etc. Maar de scha en de schande waren onoverzichtelijk. Bij haar familie en vrienden was ze niet meer welkom, ook manlief verliet haar. Boeken dicht voor Suzy, of toch niet helemaal, ze schreef er later een zeer eerlijk… boek over, met herwonnen fierheid. Tja, een raadselachtig geval, toch een pronte dame, zeker een erotisch pronkgeval. Het gaat haar weer goed.

Dit waren twee verhalen over seks, de eerste keer “gedwongen”; de tweede keer “gewillig”. Tweemaal een relaas over de demonen in een mens. De ene vrouw was wel degelijk een slachtoffer, maar was de andere dame werkelijk een dader? Een conclusie trekken kan misschien door het relaas te lezen dat ze beiden over hun ervaringen hebben geschreven. Lydia Hadjari bracht “Ik was zijn slaaf” op de markt, Suzy Hailton publiceerde “Snelle meid”. Wie was uiteindelijk de moedigste van de twee: Lydia, door frontaal in te gaan tegen een extreem perverse sekteleider, of Suzy, door ongeremd en vrijwillig voor betaald genot te kiezen? Voor mij slechts een retorische vraag, ik eindig met mijn respect voor beiden.