Artikel uit Doorbraak – Edward Azadi

Op 26 april 2016 rijdt Ahmadreza Djalali naar Teheran. Djalali woont in Zweden, en is in Iran op uitnodiging van de universiteiten van Teheran en Shiraz. Als expert rampengeneeskunde doceert hij aan het Zweedse Karolinska-instituut, aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Universiteit van Oost-Piëmont in Italië. Op de snelweg van Karaj naar Teheran wordt zijn wagen tegengehouden. Djalali wordt gearresteerd, en opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis. De eerste drie maanden zit hij er in eenzame opsluiting . Het duurt zeven maanden voor hij een advocaat mag spreken. Intussen dreigen zijn ondervragers met geweld tegen zijn familieleden.

In verdenking gesteld

Pas eind januari 2017 wordt hij officieel in verdenking gesteld, tijdens een hoorzitting waar zijn advocaat niet aanwezig mag zijn. Djalali wordt ervan beschuldigd een Israëlische spion te zijn. Hij zou informatie hebben doorgegeven over het Iraanse nucleaire programma. Israël zou twee Iraanse wetenschappers  op basis van die informatie hebben geliquideerd. Bewijzen geeft Iran niet. De advocaat van Djalali krijgt geen toegang tot het dossier.

Djalali zelf geeft een andere versie. Na zijn arrestatie zou hij de vraag hebben gekregen om via zijn contacten in de Europese academische wereld, inlichtingen te verzamelen voor Iran. Hij weigerde, en werd in de Evin-gevangenis opgesloten. Zijn verhaal sluit aan bij wat andere in het buitenland wonende Iraniërs overkwam. Zoals de doctoraalstudent Hamid Bebaei. Bebaei studeerde in Luik. Bij een bezoek aan Iran in 2013 werd hij opgesloten, nadat hij weigerde te spioneren op andere Iraanse studenten in België. Pas na zes jaar, in 2019, kwam Bebaei vrij.

Gijzeling als diplomatiek drukkingsmiddel

Iran arresteert geregeld buitenlandse bezoekers zonder duidelijk bewijs. Vaak, maar niet altijd, gaat het om in het buitenland wonende Iraniërs. Velen onder hen zeggen dat ze onder druk zijn gezet om voor Iran te spioneren. Toen ze daar niet op in gingen, werden ze gedwongen voor de camera een of andere samenzwering te bekennen. Vaak zijn ze onderwerp van diplomatieke onderhandelingen. Een financieel dispuut raakt opgelost, of er wordt een gevangenenruil opgezet. In maart 2020 kwam de Fransman Roland Marchal vrij na 561 dagen in gevangenschap. In ruil liet Frankrijk een Iraanse ingenieur vrij, die ervan werd beschuldigd economische sancties te hebben geschonden. Marchal verklaarde later in een interview dat zijn Iraanse cipier hem doodleuk vertelde dat hij enkel was opgepakt om te kunnen worden geruild.

De Islamitische Republiek heeft een lange geschiedenis van gijzelingen. In november 1979, minder dan een jaar na de Islamitische revolutie, bestormde een groep bewapende studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran. Het was het begin van de Iraanse gijzelingscrisis, waarin 52 Amerikanen 444 dagen lang werden vastgehouden. De gijzelnemers eisten de uitlevering van de sjah. Dat zou uiteindelijk niet gebeuren, maar de VS stemden in ruil voor de vrijlating wel toe om miljarden dollars aan bevroren tegoeden vrij te geven. De jonge revolutionairen leerden er uit dat gijzelingen een efficiënt drukkingsmiddel kunnen zijn. Het werd een vast onderdeel van hun diplomatieke arsenaal.

Doodstraf

Na anderhalf jaar opsluiting slagen de ondervragers van Djalali erin om hem onder dwang een uitgeschreven bekentenis te laten voorlezen op de staatstelevisie. Na de bekentenis, volgde op 21 oktober 2019 snel een vonnis. Djalali krijgt de doodstraf. Zijn advocaat wordt verhinderd om beroep aan te tekenen, en op 9 december 2017 bevestigt het hooggerechtshof het vonnis. Sindsdien wacht Djalali op zijn executie.

In november 2020 trof Iran voorbereidingen om de executie ook echt uit te voeren, maar uiteindelijk werd deze opnieuw uitgesteld. Het lijkt alsof Iran blufpoker speelt. Als de Islamitische republiek uit is op een gevangenenruil, heeft ze er belang bij om Djalali in leven te houden. Maar Iran is het land waar, in verhouding tot het aantal inwoners, het grootste aantal executies ter wereld plaatsvinden. Iran executeert jaarlijks honderden veroordeelden, met uitschieters tot bijvoorbeeld minstens 977 in 2015 (minstens, want niet alle executies raken bekend).

Daar zitten ook buitenlandse Iraniërs tussen. Op 12 december 2020 executeerde Iran de in Frankrijk wonende journalist Ruhollah Zam. In 2009 werd de Nederlandse Zahra Bahrami opgehangen. In 2003 werd de Canadese fotografe Zahra Kazemi in de Evin-gevangenis verkracht en doodgemarteld. Dat ook Djalali wordt geëxecuteerd, is dus zeker niet ondenkbaar.

Terrorisme

In september 2018 werd de Brits-Australische academicus Kylie Moore-Gilbert in Teheran gearresteerd. Ze is docente islamologie aan de universiteit van Melbourne, en woonde in Iran een conferentie bij. Ook zij kreeg de vraag om voor Iran te spioneren, maar ook zei weigerde en werd dan zelf van spionage beschuldigd. Ze kreeg tot 10 jaar gevangenisstraf. Op 25 november 2020 kwam ze vrij. De Iraanse staatstelevisie zond beelden uit van wat ze een gevangenenruil noemde.

Drie mannen, waarvan één in een rolstoel, werden als helden ontvangen, met de Iraanse vlag om hun schouders, en een bloemenkrans om de hals, waarna Moore-Gilbert in een busje werd weggevoerd. De drie mannen droegen naast een mondmasker, ook een pet, om hun gezicht te verbergen. Het bleek te gaan om de daders van de mislukte bomaanslag op de Israëlische ambassade in Bangkok in 2012.

In een Belgische gevangenis

Op 30 juni 2018, wordt in Brussel een Iraans koppel gearresteerd, dat met een bom onderweg was naar Parijs. Daar plande het een aanslag op een congres van een Iraanse oppositiebeweging: de Volksmujaheddin. Drie dagen later wordt in Duitsland Assadollah Assadi opgepakt. Assadi is diplomaat aan de Iraanse ambassade in Oostenrijk. Hij wordt ervan verdacht de aanslag te hebben voorbereid, en de bom te hebben geleverd. Assadi zit intussen in een Belgische gevangenis. In Antwerpen loopt momenteel een proces tegen hem en het koppel.

Er gebeuren ook in Europa wel vaker liquidaties of aanslagen waar de betrokkenheid van de Iraanse overheid in wordt vermoed, maar dat valt zelden hard te maken. Dat nu een diplomaat zich als opdrachtgever van een terreuraanslag voor de rechtbank moet verantwoorden, is vervelend voor Iran. Zeker nu het land hoopt dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen kunnen leiden tot het opheffen van sancties. Met een snelle ruil van Djalali voor Assadi zou Iran tenminste de vernedering van een veroordeling kunnen voorkomen.

Diplomatieke speelbal

Op 2 december belde de Belgische minister voor buitenlandse zaken Wilmès met haar Iraanse collega Zarif. De dag erna zei Zarif, op een online diplomatieke conferentie, dat Iran open staat voor gevangenenruilen. Dat Zarif dit publiek aankondigt, doet vermoeden dat Wilmès niet op zo’n aanbod wenste in te gaan.

Onderhandelen over het vrijgeven van geblokkeerde gelden, of over de vrijlating van een smokkelaar of een fraudeur, is toch van een andere orde dan de vrijlating van een terrorist. Onderhandelen over de vrijlating van een terrorist die al acht jaar vast zit, is nog iets anders dan een verdachte vrijlaten nog voor zijn proces is afgerond. Iran lijkt in dit soort onderhandelingen steeds meer te eisen.

En zo zijn Djalali en tientallen andere Iraanse gijzelaars de speelbal van de internationale diplomatie. Maar los van wat de Belgische of Zweedse regering wel of niet willen en kunnen toegeven in onderhandelingen, de enige schuldigen voor het leed dat Djalali en zijn gezin ondergaan, bevinden zich in Teheran.



Een reactie achterlaten