Op 3 september 2018 vertrok mijn zoon, hij ging definitief heen uit dit aardse leven, deze soms zotte wereld. Ik plaats hieronder de voornaamste passages uit het voorlaatste hoofdstuk van Het Boek van Vincent, als ode. Blader mee, en ween als het te veel wordt, maar ervaar ook de mooie moraal die finaal triomfeerde.

We vingen de dood van Vincent met ons hart vol liefde op, we bevochten onze immense droefheid met intense moed en hoop.
We weerstonden tot op heden zoveel gewezen vrienden en familie, kennissen en collega’s, slechte raadsmannen en rechtbanken. We gaven niet toe aan de demonisering die ons deel werd. Voor meerdere mensen bleek onze liefde taboe, helemaal niet oké, wegens een vader die te graag man was. We keren ons nog steeds zeer intentioneel tegen deze ingezette lelijkheid en laagheid.
Ter zake en ter nuttige info, we traden twee jaar geleden in het huwelijk, zonder Vincent evenwel te vergeten. Hij was die heuglijke dag postuum bij ons aanwezig, we voelden zijn warme handdruk van geluk op ons vreugdevol kloppend hart. Zijn stille fiat.

Vanaf pagina 118, zie het boek én ons blog, treft u een verpletterende én ook lichtgevende schoonheid aan, in de donkerste kringen rond de dood. Het verschrikkelijke verdriet gaat zelfs aan de diepste liefde raken… Lees mee, beef en be-leef.

Dit wordt het ongenadigste, het hardste hoofdstuk. Vincent werd dus overgebracht naar het Sint-Pietersziekenhuis, en zoals zijn uitdrukkelijke wens was geweest, naar de palliatieve afdeling. Hij bleef zowel regisseur als hoofdacteur, weliswaar in een betreurenswaardige en helaas ook levensechte rol.

Maar hij acteerde meesterlijk, niet het minste spoor van teneergedruktheid of tegenzin. Hij stijgt op die cruciale momenten torenhoog boven ons uit. Vincent wordt op een extreme manier wijzer dan wijs. Die finale maturiteit, volmaakt, afgewerkt, perfect, zit in zijn totale persoon, hoe fragiel en afgetakeld hij ook is. In de kleine soberheid van zijn kamer speelt zich op grootse manier het einde van zijn levensfilm af. Impressionant. Ik kan het weten want ik zat op de eerste rij.

Zo mocht ik toekijken hoe hij op woensdag 29 augustus heel relax orde aanbracht op zijn nachtkastje. Hij wou een propere indruk nalaten. Geen rommel rond zijn bed, en zeker niet als hij geïmmobiliseerd zou geraken. Wat we zelf doen, doen we beter, leek hij te denken. Helemaal mijn zoon. Zijn vertrek moest vlekkeloos zijn.
Na gedane arbeid wil hij TV kijken. Hij gunt zich nog wat ontspanning, wil nog één keer een blik op de wereld werpen. Een twintigtal minuutjes volgt hij een wielerwedstrijd. Geeft nog wat binnensmonds commentaar. Dat was natuurlijk zijn dada, de koers.
Maar plots heeft hij terug werk in uitvoering. De lakens moeten gladgestreken worden, het laatste plooitje moet plat. Het was geen sloddervos, onze jongen.

En dan wenkt hij mij. Ik moet dichterbij komen, binnen bereik van zijn totaal verzwakte stem. Omdat articuleren zeer moeizaam was beginnen verlopen, werd hij bewust spaarzaam met zijn woorden. Er volgt een spontane en verrassend lange omhelzing.
We klampen ons gewoon vast aan mekaar. Weer een kus. Ik word gewoon verpletterd door de generositeit, de edelmoedigheid van mijn stervend kind. Ik ben helemaal niet gelovig, maar op dat moment is hij voor mij een engel. Door en door transparant van goedheid.

We drinken er nog eentje op, met wat grapjes trachten we de loodzware ernst van de situatie te ontzenuwen. En over dat drinken gesproken, die laatste dagen kon hij ook nog nauwelijks slikken. Lichaamsfuncties vielen stelselmatig uit. Drinken ging keer op keer gepaard met verslikken, het water liep soms over zijn kin, uit zijn neus. Wij hielpen hem, in zoverre hij het toeliet. Want zijn fierheid behield hij, trots waakte hij over dat laatst restje autonomie.

Diezelfde woensdag kwam ik ’s avonds nog eens extra langs, de tijd begon immers te dringen, zijn tijd. Het moet tegen 21 uur geweest zijn. Men maakte hem klaar voor de nacht, wie weet zijn laatste nacht. Vanuit zijn omgeving kwamen de blikken dat ik toch nog vrij laat weer opdaagde. Misschien niet ten onrechte, maar ik deed wat ik deed, puur op buikgevoel. En het was de volledig verslapte Vincent die zich moeizaam op één ellenboog oprichtte en, omdat normaal spreken niet meer lukte, mij toefluisterde “kom binnen papa, zet u”. Grandioos, dit was een streepke pure poëzie van mijn terminale zoon.

Op donderdag 30 augustus leek hij echt wel beangstigend verzwakt. Ons gevoel zei dat wij in de laatste rechte lijn waren aanbeland. Spreken lukte eigenlijk helemaal niet meer. Het was nog een krampachtig mompelen. Maar toch die ferme blik, in al zijn ellende, toch dat hoofd rechtop, ook in bed. Plots wou hij weer TV kijken, opmerkelijk. Wou hij in een laatste reflex nog ergens een uitzicht, al was het maar via beelden op televisie? Een greep naar een perspectief, van welke aard dan ook. Maar hij zapte toevallig pal op het nieuws, met een verslag over een begrafenis. Meteen zapt hij uit, zijn binnensmonds commentaar, ik weet het heel zeker, was “nee da’s te triestig”.

Dan verloopt alles opeens vrij snel. Een assistent-dokter komt langs, de man pleegt een vlugge evaluatie, zijn blik spreekt boekdelen. De alarmfase is duidelijk ingetreden. Achter de schermen wordt spoedoverleg gepleegd. Vé dient liefst zo gauw mogelijk langs te komen met de kindjes. Hun laatste groet…
Vincent voelt de lichte commotie aan en murmelt met een enorme krachtinspanning “dan zal het nog rapper gaan dan verwacht”. Verpletterende uitspraak, maar nog altijd dat restantje helderheid, lucide tot op het randje, de afgrond komt op dat moment al vervaarlijk dichtbij.

Vrijdag 31 augustus is dan zijn laatste wakkere dag geweest, en bij momenten was hij zelfs héél aanwezig. Ik zag nog flarden van zijn clevere blik. Vé kwam rond de middag langs met de kindjes. Allebei met oogjes groot van verwondering, maar meer nog van pure kinderliefde, daar lag hun papa die nog zwakjes zwaaide. Hij heeft het handje van Roosje nog gepakt, ik droeg Martje tot vlak bij hem, zij gaf haar papa nog een natte klapzoen. Vincent antwoordde met alle warmte die hij nog in zijn ogen had. Hij straalde, het was een blik van hopeloze gelukzaligheid, nog éénmaal de fragiele symbiose met zijn dochtertjes, zijn twee kleine meisjes.
Hij wist heel goed dat het nu voorbij was. Zijn pad leidde hogerop, als engelbewaarder.

Na het vertrek van de kindjes is de hoofdarts langsgeweest. Zij vroeg of hij iets wou om wat te ontspannen. Op dat ogenblik was hij ook uitgeteld, zeg maar toegetakeld van puur interne emotie, hij kon immers niets meer uiten. Dan heeft hij iets gefezeld, onverstaanbaar, en nog een poging, dat éne gemompelde woordje, we verstonden hem niet, verschrikkelijk…
Ik heb toen mijn oor bij zijn mond gehouden, en dan, bij die derde zwakke keer, kwam er een klank die onmiskenbaar een JA was. Dat wil zeggen: Vincent zei ja tegen de sedatie en het trage heengaan van ons allemaal. Sacraal moment. Hij is dan meteen ingeslapen en zijn ongestoorde schoonheidsslaap heeft geduurd tot in de vroege ochtend van 3 september. Toen besloot Vincent om te stoppen met ademen.

Die 3de september 2018, een zonovergoten maandag, was het braderie en jaarmarkt in Leuven, zoals ook morgen 5 september 2022. Dat is hier een hoogdag, met beestenmarkt, kermis en vooral veel bier. Leute en plezier!
Mijn zoon was iemand die graag leefde en nog liever liet leven, hij gunde de mensen hun geluk.
Bedankt jongen om deze gekke wereld te tolereren.

Als de doffe niet te stuiten
of te stoppen zinderende klop
van een kluit aarde op een kist
gooi ik er nog wat waanzinnig trieste psychedelica
van The Triffids over heen: over het noodlot en het leed
dat ons werd aangedaan, de diefstal van een liefde bij leven
enkel de schoonheid van een nagelaten lied weerstaat ons verdriet
het is de zegen van deze donkere melancholie die ons troost zal bieden

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *