Onderstaande tekst dient als voorwoord bij de vorige 110 columns.
Samen vormen ze het boek Testament van Taal 2020.
Het boek werd uitgebracht in maart 2021.


Dit boek is een eersteling in een lange reeks. Het is de bedoeling dat er ieder jaar een editie op de markt komt.Het zal vrij verspreid worden, het wordt uitgegeven in eigen beheer.

Elk exemplaar van Testament van Taal zal een neerslag zijn van mijn dagelijkse bedenkingen en ervaringen. De meest diverse voorvallen zullen aan bod komen, ik zal tappen uit het vat van mijn herinneringen, zowel strikt privé als in ruimere zin, zowel familiaal als meer maatschappelijk.

Uiteraard zal iedere bijdrage de meest subjectieve weergave zijn van mijn meningen en indrukken, ik kan enkel schrijven vanuit mezelf, ik ben in de eerste plaats een mens, dus feilbaar. Het gaat slechts om mijn waarheid.
Ik streef geen wetenschappelijke objectiviteit na, ik ben geen historicus, noch psycholoog of antropoloog.
Ik ben enkel de bescheiden socioloog van mezelf en mijn entourage.
Ik zal mijn verleden en het heden exploreren, dat kan niet anders dan bevooroordeeld zijn, mijn ego zal in de weg zitten. Kan ik het miskennen?

Vandaar dat ik aan de lezers vraag om mij op voorhand te pardonneren.
Ik tik en ik tokkel vanuit mijn knusse huis. Ik zie de dingen door mijn eigen bril, ik bespeel het klavier van de piano die klaar en paraat staat in mijn living. Dat klinkt vertrouwd, het zijn mijn persoonlijke klanken, ik blijf op bekend terrein, ik waag me niet verder dan mijn hart mij draagt.

Daarmee is niet alles, maar toch veel gezegd. Dit Testament van Taal is hyper individueel van samenstelling. Iets anders kan ik niet produceren, het is een afschrift van mijn DNA. Ik ben hiermee te nemen of te laten, op een andere manier kan ik mezelf niet vertolken, het is de geschreven nalatenschap van mijn leven, soms vertekend, niet gewild maar onbewust. Ik ben slechts een kleine schrijver, dit is geen grote kunst.

Als ik in deze geschriften mensen grief, dan doe ik dat niet met plezier, het zal slechts een poging zijn tot eerlijkheid, niet omdat ík beter ben.
Als ik mezelf vermink, dan vraag ik niet om leedvermaak of medelijden, dan schrijf ik gewoon mijn kleine waarheid neer. Het is zoals het was, de gemeende terugblik op mijn leven en liefdes, op mijn tragedies en geluk.
Dat is uitermate subjectief, nogmaals, hoe zou het anders kunnen?
Ik schrijf vanuit het cocon van mijn ego-blik, tegen de grote wereld.

Aan mijn zijde stond enkel mijn geliefde. Zij herlas mijn teksten, ze gaf adem aan mijn regels door haar illustraties, zij tekende en poseerde, zij maakte alles af, inclusief mijn leven. Dit Testament is in de eerste plaats voor haar geschreven, u leest hier in ondertitel de 1ste Ode aan de Liefde.

Ik wil deze inleiding bewust besluiten met Vinnie. De ganse reeks gaat ook over mijn overleden zoon, zijn korte leven dat werd afgeknakt door het botte lijden. Ik schrijf in tranen over hem, maar ook de blijdschap zal verschijnen. De moed en de hoop die hij betoonde, de schoonheid die hij naliet. Vinnie zal verder leven in elke aflevering van mijn Testament van Taal. Vincere betekent immers overwinnen.