Gisteren was het 3 september, de tweede verjaardag van het overlijden van Vinnie. Vandaag gaan we dan het derde jaar zonder onze jongen in.

Men zegt soms dat een rouwproces twee jaar duurt, daar klopt dus niks van, ik spreek voor mezelf. Ik hoop zelfs dat het langer, graag levenslang, zal duren. Ik wil Vinnie gewoon blijven herdenken, ook dagelijks, ik pak hem overal en altijd mee, hij zit diep in mij, ik bescherm zijn totale kwetsbaarheid nu hij niet meer voor zichzelf kan opkomen. Daarom blijf ik ook alles doorvertellen, tot in de kleinste details, de minste anekdote over mijn zoon wil ik naar bovenspitten, opdat hij nog telkens een sprankeltje zou verder leven. Ik wil nog vonken meegeven en flitsen en flarden, elke lach en iedere uitspraak die ik mij herinner zal ik hier neerschrijven. Opdat hij niet zou vergeten worden, want dat was zijn laatste wens.
Het zal op de eerste plaats geacteerd staan voor zijn twee kleine meisjes.

Hierbij word ik geholpen door Nathalie, mijn geliefde, zij steunt mij, zij luistert ingetogen, zij brengt de schoonste troost, zij weent samen met mij. Onze liefde woont soms in diep geborgen verdriet, wij spreken en verstaan mekaar met stille tranen.

Zo stonden wij gisteren zij aan zij op het kerkhof van Diest bij het sobere zerkje van Vinnie, de wind joeg door onze kleren, de droefheid knalde uit de hemel. Wij hoorden geen teken van hogerhand, nergens een God die ons begreep. Op zijn grafsteen stonden eenzame bloemen, ze drongen samen om een schaars plaatsje te bezetten, de naam ‘Vinnie’ lag bedekt.

Maar wij wisten beter, spijtig, hier lag hij voor de rest van ons leven, verzameld in een hoopje onbeweeglijke as onder die dode steen. Van stof en as zijt gij gemaakt, herinner ik mij uit het vak gewijde geschiedenis op de lagere school in Baalrode. Is het kwakzalverij of stemt het tot nadenken? Akelige vragen voor een radeloze vader.

Maar mijn kop stond er niet naar, ik voelde slechts de warme hand van Nathaliefje in mijn klamme hand, dat was wat telde, merci mijn lief. Verder in het kleine rijtje sloot ons ma aan, daarnaast mijn  zus. Wij waren een zwijgend kwartet met luide gedachten en heftige gevoelens. Dat veronderstel ik toch, want ieder mens zit op zijn eigen golflengte van empathie. Ik kan niet in andermans hart of ziel kijken. Enkel bij Nathalie.

Er valt voorlopig niks aan toe te voegen, woordeloos verlieten wij het trieste kerkhof. Ieder nam Vinnie op zijn manier mee, mijn geliefde en ik droegen hem met twee. Ons ma zweeg gelaten, zoals steeds, mijn zus kwam rapper op gang, zij klapte zich weg. Nogmaals, ieder zijn gedacht.

Wij maakten daarna een ommetje langs een brasserie in Baalrode, met zijn vieren aan een tafeltje, koffie en thee, en wat onschuldig plezier. Ik maakte een mopje à la Vinnie, ook een manier om hem mee te pakken, met een grapke en een klapke, dat ik helaas te vaak alleen genereer.

Mijn lief weet dit, zij duwt mee, maar de wereld om ons heen verschuilt zich in de luwte, verkiest de schaduw, ook mijn familie. Kunnen zij het echt niet aan of word ik stilaan die ambetante zaag met zijn verloren zoon? Een retorische vraag uiteraard, ik word soms stout, dat is wat verdriet ook met een mens gaat doen. Een alternatief voor onmacht.

Tot ik later op de avond nog wat verder praat met Nathalie, een vaag en kabbelend gesprekje, het was een soort omkaderende tekst met ‘nagebed’ voor Vinnie. Zo ervaar ik dat toch, het mijmeren bij onze avondwake, de twijfel of hij nu echt verdwenen is, kan dat zomaar, dat de sporen van een kind langzaam worden uitgewist, of reikt de tijd ons vooralsnog de hand? Waar gaan wij terug samenkomen, hoe hoog of hoe diep is die plek waar mensen van uniek individu tot symbiotisch collectief verworden? Het is de filosofie van het verdriet, die vooral een troost maar geen oplossing biedt.

Wij zien het laatste licht bij valavond vanop ons negende verdiep, Leuven weent vandaag een beetje. Aan de overkant sneuvelt dagelijks luidruchtig een aftandse kliniek, de bejaarde reus Sint-Pieter. Vinnie woonde nog één week in de buik van dat gebouw. Hij blies er zijn terminale adem uit.

Wij kunnen enkel zwijgen bij het aanschouwen van de vergeelde stenen, de dikke resten ruïne, de dood die daar blijft instorten. Vinnie was die geplande afbraak meesterlijk voor, hij ontsnapte twee jaar eerder, hij liet het verval grandioos achter zich. Waarin een hopeloos veroordeelde zoon toch nog groots kan zijn, zijn ultieme trots was een rots, zijn moed geen hoogmoed, zijn hoop kroop nog omhoog, trekt nu mee de nieuwe building op.

Ik verlies me hier in te cryptische bewoordingen, dit wordt surrealistische fantasie. Ik weet het, ik wil ondanks alles blijkbaar een mysterie creëren, het leven van mijn jongen blijven vieren, en vooral zijn eindeloze dood veroordelen. Het is een verloren strijd, oké, vergeef me.

Dat weet Nathaliefje ook, zij begrijpt mijn wezenloze bespiegelingen, mijn ijle uitweidingen, mijn droef gezoek, mijn soms plotse verstomming, mijn kortstondig en wild gesnik. Daarom is zij mijn ultieme vrouw, haar intens begrip bestaat uit zachte brokken pure liefde, en de simpele en logische gevolgtrekking daarvan is dat wij gaan trouwen. Haar kinderen worden mijn kinderen, liefdevol, zo graag, mijn zoon is ook haar zoon. De dood is daarbij geen obstakel, er ontstaat een nieuwe zinderend warme familie.

De taal heeft voor deze wedersamenstelling woorden, evenwel niet echt geslaagd. Nathalie zal bijvoorbeeld de stiefoma worden van Roosje en Martje, ik word dan zogezegd de stiefpapa van Barry en Katoke. Dat ‘stief’ heeft een nogal negatieve connotatie. Het woordenboek spreekt van ‘beroofd van de bloedband’, ‘iets missend’… dat klinkt niet zo fraai.
Mijn geliefde had echter een schitterende ingeving: stief wordt gewoon… lief! Geen stiefoma maar liefoma, geen stiefpapa maar liefpapa. Mooi toch.

Zo wint uiteindelijk weer de liefde. Bestaat er nog een schoner epiloog aan deze bewogen story waarin de dood soms de bovenhand had?

Mijn diepbetreurde zoon krijgt dus postuum een liefmama.
Dik verdiend voor Vinnie, hij rust nu in de eeuwige liefde.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.