Op vrijdag 17 oktober om 7 uur ’s ochtends werden wij gewekt door een hels lawaai dat vlak uit de buurt kwam. Er barstte een denderende dj-set los, met dof stampende en diep ronkende bassen & beats die precies – stiekem bij nacht – op ons terras waren opgesteld. Wij waren mis, de geluidsbommen kwam bij nader inzien van een paar honderd meter verder. Het was op het erg nabijgelegen park De Bruul dat er een plots losgeslagen feest aan de gang was. Het bleek om de “Dag van de Jeugdbeweging” te gaan, een jaarlijks evenement dat met een orkaan van lawijt & jolijt wordt gevierd, pal naast het stadscentrum. Er zijn duizenden jongeren op aanwezig die net voor schooltijd een gratis ontbijt krijgen aangeboden en lekker uit de bol mogen gaan: roepen, schreeuwen en tieren om – zoals de organisatoren dat in de brochure verwoorden –
“de laatste slaperige blik te doen verdwijnen”. Ze hebben het welteverstaan dan niet over onze blik op de zaak, als argeloze stadsburgers, maar over de jongeren aan wie een pletwalsend pretje & verzetje wordt gegund midden in een drukbevolkte wijk waar vooral gezinnen met jonge kindjes, kansarmen en ouderen wonen. De meesten van hen zijn
bovendien van allochtone origine. Geef die laatsten eens ongelijk als ze vinden dat wij decadente westerse mensen zijn. Wat ik achteraf aan wrevel en commentaar in het straatbeeld heb opgepikt, stuur ik langs deze media-weg door naar Mister Mo – burgemeester Ridouani – de jolige peetvader van dit lichtzinnig entertainment, waarbij een stad geforceerd hip en trendy wil zijn, op de kap van een in dit geval totaal onmondige bevolking.
In de nacht van zaterdag 15 november werden wij tot 7 uur ’s ochtends uit onze slaap gehouden door een gelijkaardige orkanische aanval als die van 14 oktober: gedurende de ganse nacht kwam er vanuit de stad een zwaar bonkend & hard pompend gedreun van op hol geslagen muziek naar binnen gedrongen.
Bijna 10 uur lang mochten wij van in ons bed meedaveren op een soort oorlogsgeluid dat ons agressief bij de keel pakte, ons de adem benam, ons deed opveren en neersmakken. Wij waren ongevraagde participanten van wat achteraf bleek: de “New Wave Night” in concertzaal Het Depot nabij het station van Leuven, mét uitverkochte afterparty. De organisatoren hadden toelating gekregen van Mister Mo & co om onze stad eens te meer op de kaart van de jeugd & hun geneugten te zetten. Wij wonen in vogelvlucht op een goeie kilometer van Het Depot, wij deden geen oog dicht, zoals uiteraard duizenden andere burgers.
Vanuit diezelfde concertzaal werd de voorbije twee jaar graag geijverd voor “stop de oorlog op Gaza”, een boodschap exclusief gericht aan Israël. Maar voor het muzikaal geweld gepleegd op de eigen inwoners moet er blijkbaar wel een plaats en gelegenheid zijn. Op verschillende plekken in de stad hingen er gedurende maanden lakens en vodden met als opschrift “Palestijn = mens”.
Tja, dat is de perfecte ver-van-onze-bedden wokeshow, georchestreerd door een rood&groenlinks – ideologisch vergiftigde – horde roeptoeters. Maar onze eigen mensen worden gebombardeerd als het grazend stadsvee dat geen mening heeft: wij dienen vooral om het gebral van de hossende sossen over ons heen te krijgen. Nee, ons belastingsgeld is echt niet goed besteed. Aan de kassa zit een zootje potverteerders, die obsessief blijven inzetten op het nieuwe leutige Leuven dat blijkbaar een pretpark voor de ganse provincie (én het verdere binnenland) moet worden. Hoe dat te rijmen valt met hun ijver voor woonerven & knusse buurten is een urbane knoop waar ze voorlopig zelf niet uitraken. Ze verdoven zich vooralsnog met de zoveelste… deejay-set én met de bendes studenten die nachtelijke sporen van gebral en ander misbaar door de stad blijven trekken. Onze slaap is van secundair belang, de politie is overbelast en ach, jonge mensen mogen zich toch amuseren. Dat laatste horen we iets te vaak uit de mond van onze stedelijke bestuurders. Het zijn politieke opinies die gelijkstaan met een mak en laks gedoogbeleid. Men is liever doof voor het vrank gedacht en het gezond verstand van de gewone burgerman. Onze stem wordt gesmoord onder het zoveelste feest dat over ons wordt uitgesmeerd.
Het zijn festijnen die ons telkens weer pijn doen. Zowel voor de werkende mensen als voor de oprustgestelden is hier binnenkort geen plaats meer. Men wil ons wegjagen, met het promoten van een wilde cultuurmuziek en met emmers vol bier die worden binnengegoten om deze stadsbarbarij zijn lawaaierig bestaansrecht te bieden. Zoals mijn bruine buurman Ali rustig en beschaafd zegt: die linkse Vlamingen hier lijken mij allemaal… feestzwijnen. Dat kan tellen uit de mond van een moslim die – zie de aard van zijn godsdienst – niet zo tuk is op al wat naar een varken smaakt.
Maar er is ook goed nieuws, verkondigt onze stadsvader Mo. Ze gaan een hypergesofisticeerd systeem voor geluidspreventie en lawaaioverlast installeren: er zullen ontradende teksten geprojecteerd worden op het wegdek, bij uitstek in zones waar er ’s nachts te veel kabaal wordt gemaakt. Voorbeeldje van zo’n bericht: “hier slaapt Nina (11 maanden), stilte aub”. Hola, dat wordt nog lachen als zatte studenten dit opmerken, die pissen zo die boodschap weg. Daarmee verdampt dan meteen het gepeperde prijskaartje van… 1,4 miljoen dat aan zulk stedelijk gezeik hangt. Misschien een simpele raad van een gewezen commissaris bij de politie: zet vanaf 22 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens een fietspatrouille in van twee inspecteurs die zich exclusief op nachtlawaai focussen en bij iedere vaststelling instant een gas-boete uitschrijven: 80 euro afdokken voor elke inbreuk. Zit ze in hun portemonnee begot en gegarandeerd: binnen de kortste keren hervat de stad zijn slaap. Beste Mister Mo, deze tip komt direct en puur uit onze ware volkscultuur. Het behelst de kleine wijsheid van het grote maar bescheiden nadenken. En indien u als burgemeester toch niet zonder dat nachtelijk heisa & stampei kunt, organiseer het dan zelf, bij u thuis, in uw eigen landelijke deelgemeente Wijgmaal. Succes ermee én met de rotte eieren en tomaten die ge van de lokalen naar uw kop zult krijgen.
Toch hangt er nog slechter nieuws in de Leuvense lucht. Onze malle & smalle burgervader droomt van een mega blitse discotent pal in de buurt van het station, meer bepaald in een oud bedrijfsgebouw aan het begin van de Bondgenotenlaan. Want, orakelt Mo, onze stad moet meer gaan swingen, een uitbundige feestcultuur past perfect bij het studentenleven. Ook buitenstaanders moeten massaal naar Leuven afgezakt komen, wij willen hen de niet te stoppen of te stuiten buitensporig luide nachten van vermaak aanbieden. We mogen niet het risico lopen van in te slapen bij stilstand, want dat is achteruitgang. Zulk programma belooft hoongelach bij de burgerbevolking. Daarna komt de voorspelbare afkeer tegenover een Vlamingenhater als Mohammed Ridouani, tot de grote uittocht volgt. Dan zullen wij de “Brusselse jongeren” kruisen die baldadig van de (gratis!) treinen stappen en onze discocity bij nacht en ontij zullen komen bemannen, terroriseren en verkrachten. Leuven zal platgewalst en kapotgedanst worden door de sympathisanten en afstammelingen van de mocromaffia.
Zo worden wij in plaats van Europese Culturele hoofdstad (in 2030) binnenkort het Sodom en Gomorra van het Hageland. Daar zal het parmantig & pronkerig geplande Kunstencentrum (90 miljoen!) in de Brusselsestraat ook niet aan verhelpen. Want dat wordt onmiskenbaar een luxe-bastion voor de chique elite van linkse bobo’s. Een geniepig verstikkende cirkel wordt er op die manier zowel ideologisch als maatschappelijk rondgemaakt: de perverse overwinning van het verderfelijke islamogauchisme. Wij worden een mini-versie van New York, Mohammed Ridouani groet Zohran Mamdani.
In die achtertuin wonen wij momenteel, vanop ons licht & luchtig dakappartement zien wij de aankomende ravage, horen wij de geluidsoorlog. Wij verschansen ons achter een schaarse lach en een opkomende traan, achter schaamte en machteloosheid, maar wij blijven vrij optimistisch voor onszelf: dit zal net nog onze tijd van leven duren, maar na ons zal het volksgeluk definitief op zijn. Hier sterft traag en tergend een laatste stukje Vlaanderen.
