In Baalrode woonde een man die begin jaren ‘60 beroepshalve tweemaal naar de oorlog in het toenmalige Belgisch-Congo is getrokken. Zijn naam was Willy, gekend als de para in ons dorp. Zijn uniform deed hij waarschijnlijk enkel uit om te gaan slapen, zijn rode baret diende misschien zelfs als slaapmuts, zo fanatiek was die man, een geboren soldaat. Zijn leven lang heeft hij ook privé strijd gevoerd, steeds op zoek naar… erkenning, en om zijn gehavende zelfbeeld op te kalefateren, want hij heeft overal klappen gekregen. Tja, hij vroeg er ook om, dachten niet weinigen. Willy volhardde echter, met zijn West-Vlaamse koppigheid – hij was een geboren Bruggeling – hij fulmineerde en maakte ruzie met zowel de pastoor als de burgemeester, terwijl hij gulzig als een nicotinejunkie minstens 100 sigaretten per dag rookte. Dat waren 4 pakjes (zware) Groene Michel zonder filter. Tel uit de schade aan uw gezondheid, Willy. Dat zei mijn vader hem vaak, als hij bij ons thuis van zijn gat kwam geven tegenover zijn collega in het leger – onze pa was adjudant bij de Luchtmacht – maar Willy zoog samen met de rook zijn groot gelijk in.
Ik weet nog dat ik stiekem zulke gesprekken afluisterde, ik deed dan alsof ik in mijn strip van Nero of Jommeke verdiept was, maar ik hoorde met rode oortjes de verhalen over de veldslagen die Willy in Congo had geleverd: “Jefke, ik heb minstens 10 negers uit een boom geschoten. Ze zaten klaar met hun speer om ons te spiezen, maar ik hield ze met één scheel oog in het vizier en ik vuurde vanuit de heup met mijn revolver of met mijn machinegeweer, jawel, die vielen zo dood als een pier naar beneden, wij sleepten die slappe zwarte cadavers de rivier in (Congostroom, nvdr), we lieten geen spoor achter, en we hadden ook geen greintje spijt, anders hadden ze ons zelf door onze kloten geboord”.
Ik huiver nu nog van zulk relaas en ik verschiet dat ik daar toen toch zo graag naar luisterde. School er ook een potentiële moordenaar in mij, enfin, ik ben nooit in Congo geweest en de zwarten (negers) uit onze blok in Leuven heb ik altijd met rust gelaten. Ik praat zelfs met hen, voilà. Maar het kon nog spannender worden, en daar zat ik eigenlijk als jongetje op te wachten, als Willy het over de blote negertetten en de rest had. Amaai zeg, die mannen hadden daar nogal mogen rondwandelen tussen die naakte Afrikaanse madammen. Die droegen zelfs geen ondergoed, dat was daar ook niet onfatsoenlijk, zei onze dorpspara, oh wat genoot ik… en uiteraard wou ik later ook para worden, liefst in Congo of zo’n ander bloot lopend land. En ja hoor: als 21-jarige deed ik mijn selectietesten en ik mocht beginnen als kandidaat reserve-officier in Schaffen (bij Diest). Maar omdat ik toen al op andere plekken aan de tieten kon zitten, heb ik op de valreep van mijn para-opleiding afgezien en koos ik voor de minder geile Rijkswacht.
Maar ik ga nog even door over ons rook- en schietkanon Willy. De leiding van het leger had aan die Congo-strijders een promotie beloofd, bij hun terugkeer zouden ze allemaal een graad-verhoging krijgen. In het geval van onze kameraad uit Baalrode: van korporaal ging hij sergeant worden. Dat wilde in zijn geval zelfs zeggen: hij werd volwaardig onderofficier, gegradueerde dus.
Wel, onze nationale defensie (= de Belgische staat) heeft die belofte uiteindelijk niet nagekomen. Onze para’s kregen enkel een bescheiden
oorlogspremie en naar hun bevordering konden ze fluiten. Hoogverraad, brieste en tierde Willy. Tientallen jaren lang hebben wij hem met diezelfde tirade moeten aanhoren, zelfs de indrukwekkende boezem van zijn echtgenote Jenny heeft hem nooit de nodige troost geboden.
Die man voelde zich voor het leven bedrogen, in zijn eer gekrenkt. Heb ik daarvoor zoveel negers afgeschoten, Jefke, ik was nog beter ginder gebleven en daar bij die blote mensen blijven wonen.
Als jong ventje gaf ik hem gelijk, ik zou hetzelfde gedaan hebben, zo vogelvrij te leven tussen al die donkere meisjes zonder kleren aan, de hemel leek me dat.
Enfin, Willy is dan zijn woede beginnen koelen op… het voetbal. Hij werd trainer bij verschillende provinciale clubs uit de buurt.
Hij gedroeg zich evenwel als de sergeant van dienst en daar was meestal niet iedereen mee gediend. Dus hij werd evenveel keren ontslagen als ergens weer aangenomen. Fanatieker dan voetbaltrainer Willy was gewoon niet denkbaar, hij kampeerde haast op het veld. Elke wedstrijd was oorlog voor hem. De tegenstander schold hij steevast uit voor gij se witte neger begot. Tot eindelijk toch de grote rehabilitatie zich voor onze gefaalde soldaat aanbod: in Baalrode werd een voetbalclub opgericht, de plaatselijke bakker en de dorpsdokter gingen dat zaakje sponsoren. Willy rook zijn kans, hij dacht: ik kan hier sant in eigen land worden, een soort generaal – de hoogste graad – van deze onderneming. En bijgevolg kandideerde hij voor alle openstaande betrekkingen: trainer, voorzitter, secretaris, penningmeester, materiaalbeheerder en nog meer. Hij was zelfs bereid om al die functies tegelijk te bezetten, hij voorzag indien nodig een bed voor zichzelf op of naast het veld. Thuis zat of lag hij toch maar vaak in de weg en zijn Jenny kon gemakkelijk voor zichzelf zorgen. Handen genoeg in het dorp om haar boezem te “koesteren”. In gedachten schoof ik ook aan, niet voor het voetbal.
Onvervaard maar ook ongevraagd legde Willy de nodige contacten met het “Liefhebbers Voetbal Verbond”, een nieuwe instantie naast de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Binnen de kortste keren was dat daar beklonken. Willy arrangeerde het stamnummer zoveel voor F.C. Baalrode. Aan de eretafel op het grote openingsbal (1974) mocht de voltallige hogere directie van het Liefhebbers Voetbal plaatsnemen. Willy trakteerde gul uit eigen portemonnee, ach die kosten ging hij wel verhalen op de bakker en de dokter… die hem beiden opvallend negeerden tijdens dat eerste voetbal-bal. Tot Willy op zeker moment op zoek ging naar die twee poenmannen, hij wou hen plechtig voorstellen aan de bobo’s van die kersverse nieuwe Liefhebbersbond. Maar wat zag hij, tot zijn grote verwondering, zijn plotse ontsteltenis en complete verbijstering: die twee klojo’s (zijn woorden) zaten daar aan tafel met de… hoogste bazen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Wat bleek: ze hadden achter zijn rug getekend bij die tegenpartij, de dokter en de bakker hadden zekerheid voor hun geld gekozen en een contract afgesloten voor het vaste lidmaatschap bij de traditionele Belgische Voetbalbond en zodus… Willy compleet voor schut gezet. Ik was daar aanwezig op dat bal, ik danste er zelfs op één tegel met die malse Jenny, jawel. Maar ik heb daar ook haar man zien doodgaan, die stoere para is daar lijkbleek als de allerwitste neger in mekaar gezakt. Ik zag daar een hoopje menselijke ellende zitten, en echt waar: het waren die chique types van het Liefhebbers Voetbal die hem nog getroost hebben. Ze waren er zelf mee ingeluisd, maar ze bleven loyaal en genereus tegenover een man die hen iets toegezegd had waarover hij eigenlijk zelf geen bevoegdheid had. Willy was tenslotte kopje onder gegaan ten gevolge van zijn eigen zotte glorie. Oké, de dokter en de bakker hadden ook een vuil spelleke gespeeld. Maar ten gronde hadden zij lak aan een simpele soldaat die geforceerd voor generaal had willen spelen. Willy is die klap niet meer te boven gekomen, hij werd vernederd voor eigen volk, hij voelde zich voorgoed de paria van het dorp. Toch is hij nog 80 jaar geworden, in het warme gezelschap van… een ganse roedel rashonden. Jefke, ik zie liever mijn dieren dan de mensen, heeft hij zoveel jaren later nog tegen mijn vader gezegd. Willy heeft geen poot meer gezet op dat spiksplinternieuwe voetbalveld, waarvan de opstart zeker voor 95% zijn eigen werk was geweest.
PS: de bakker ging op zijn 60ste failliet als gevolg van fiscale fraude en de dorpsdokter is op zijn 65ste compleet gaga geworden, Willy lachte nog twee keer.
