Column uit Knack digitaal van Fons Duchâteau – voorzitter NVA Antwerpen

‘Abou Jahjah heeft van de handel in racisme en scheldpartijen zijn eigen kleine KMO gemaakt’

‘Niet de allochtone politici die hij zo graag verwijten maakt, maar Dyab Abou Jahjah zelf is de alibi Ali. Het alibi om alles wat fout gaat in andermans schoenen te schuiven’, schrijft Fons Duchateau (N-VA), schepen voor Inburgering en Integratie in Antwerpen. Hij heeft geen begrip voor de aanval van Abou Jahjah op jihadkenner Montasser AlDe’emeh.

Als regelmatige lezer van ‘knack.be’ viel het me op in welke mate de opinie van Montasser AlDe’emeh in de smaak viel bij maar liefst 24.000 delers. Terecht, AlDe’emehs woorden waren er -zoals dat heet- ‘boenk op’. Zijn oproep aan Vlamingen met een migratie-achtergrond om in eigen boezem te kijken en te waarderen welke kansen ze hier wel krijgen, raken een gevoelige snaar. Want die kansen zijn er.

Ondanks de talrijke fouten die de overheid in het verleden maakte door van integratie en inburgering een taboe te maken. Ondanks het racisme dat nog steeds bestaat. De opinie was niet alleen een oproep tot zelfonderzoek voor jongeren. Het was ook een deugddoende erkenning van de oprechte, zeer breed gedragen wens in Vlaanderen om alle jongeren kansen te bieden. Ongeacht hun afkomst of religie.

Ik geloof dat veel Vlamingen dit gebaar waardeerden. De opinie is een uitgestoken hand in tijden van wantrouwen. Een basis waarop we samen kunnen bouwen. Want ja, ook de moslimgemeenschap heeft nog veel werk voor de boeg, binnen de gemeenschap zijn er bepaalde groepen die te kampen hebben met grote intolerantie naar andersdenkenden. Die vaststelling is een taboe dat je moet doorbreken om samen vooruitgang te boeken.

Net daarom is de boodschap ook Dyab Abou Jahjah niet ontgaan. De man was er als de kippen bij om AlDe’emeh neer te sabelen. Een moslim die aan zelfkritiek doet, is volgens Abou Jahjah een verrader. Hij verwijt AlDe’emeh aan ‘een gastmentaliteit’ te lijden. Iemand die gelijke rechten voor mensen met een migratieachtergrond niet belangrijk vindt en blij is met wat hij kan krijgen. Het is mij een mysterie waar Dyab Abou Jahjah die informatie haalde, maar hij moest en zou de auteur ridiculiseren en afschilderen als een slaafse allochtoon die buigt naar de ‘neokoloniale mentaliteit’ van de Westerse samenleving.

Schadelijke stellingen

Als schepen van inburgering en integratie van Vlaanderens grootste stad, vind ik het mijn plicht om hier op te reageren. Niet zozeer om het onterechte verwijt. De omschrijving is zelfs wellevender dan wat we van Abou Jahjah gewoon zijn. Zo hanteert hij doorgaans liever termen als ‘zionistenpijper’ of ‘fascist’ voor wie zijn wereldbeeld niet deelt. Wel om de inhoud. Het discours van Abou Jahjah is beledigend voor de Vlaming, allochtoon én autochtoon. Dat mag. We zijn wel wat gewoon. Maar -en ik hoop dat meer mensen binnen en buiten de moslimgemeenschap dit nu eens gaan uitspreken- zijn stellingen zijn ronduit schadelijk voor het integratiedebat.

Laat het me alvast voor mezelf als Vlaming en politicus duidelijk stellen: Racisme is niet de oorzaak voor de schooluitstroom zonder diploma bij moslimjongens. Racisme is niet de reden waarom diezelfde jongeren geen werk vinden. Racisme is zeker niet de reden waarom jongeren achter hun computerscherm zich bekeren tot een massamoordende ideologie. En zo kan ik wel even doorgaan.

Alibi Ali

Racisme is laakbaar en terecht strafbaar. Maar wie racisme als oorzaak voor deze problemen aanwijst en de problemen binnen de eigen gemeenschap verdoezelt, is een deel van het probleem. Niet van de oplossing. Wie rellen met jongeren in Molenbeek verklaart door het te hebben over ‘pestende politie’ en ‘de neiging van jongeren om een beetje rebels te zijn’, is deel van het probleem. Niet van de oplossing. Iemand die zich burgerrechtenactivist noemt en het niet heeft over de positie van de vrouw in bepaalde strekkingen binnen de islam, maar wel over Zwarte Piet, is een deel van het probleem. Niet van de oplossing. Niet de allochtone politici die hij zo graag verwijten maakt, maar Dyab Abou Jahjah is de alibi Ali. Het alibi om alles wat fout gaat in andermans schoenen te schuiven.

Ik begrijp dat het in linkse kringen een prettige tijdsbesteding is om zich door ‘de man van De Standaard’ te laten geselen met het fetisj dat hij van racisme heeft gemaakt. De man die het naar eigen zeggen een ‘catastrofe’ zou vinden om homoseksuele kinderen te hebben en het onbetamelijk vindt wanneer iemand hem zou verplichten om dat te aanvaarden, mag zijn simplisme zelfs kritiekloos combineren met een ‘mini-burgerrechtenbeweging’, een krantencolumn en een boekcontract. Abou Jahjah heeft van de handel in racisme en scheldpartijen, zijn eigen kleine KMO gemaakt. In die zin is hij Vlaamser dan hij zelf wil toegeven.

Salon-verzetsheld

Als politiek verantwoordelijke voor integratie en inburgering wil ik zijn stem in het debat evenwel niet meer ernstig nemen. Hij mag dan wel een politieke markt gevonden hebben voor zijn handel. Maatschappelijk is ze volgens mij waardeloos voor wie streeft naar een sterke, veelkleurige samenleving. Steeds vaker doet hij me denken aan de Palestijnse salon-verzetsheld uit Monty Python’s ‘Life of Brian’ die voor hij tot zijn fundamentele kritiek komt, eerst een waslijst moet afdreunen van wat de Romeinen wél voor hem gedaan hebben (All right… all right… but apart from better sanitation and medicine and education and irrigation and public health and roads and a freshwater system and baths and public order… what have the Romans done for us?).

Het wordt steeds moeilijker om nog geschokt te zijn door zijn ideeën. Het lot van nogal wat extremisten. Op de duur verstikken ze in hun eigen woorden. En toch blijft het nodig om deze man te ontmaskeren. Al was het maar voor de jongeren die er voor het eerst mee in contact komen er van te vrijwaren.

Ik zou dan ook van de gelegenheid gebruik willen maken om een oproep te lanceren naar alle maatschappelijk krachten die wél geloven in een diverse, Vlaamse maatschappij gebouwd op basis van de waarden van de verlichting.