2e deel van interview met Alicja Gescinska – door Ilse Degryse
– Knack 8 juli 2015 –

Wat zouden jongeren van 18 jaar moeten lezen, beluisteren, bekijken, bezoeken en meemaken?

6. LEES GLOED VAN SÁNDOR MÁRAI

Dit boek ben ik aan mijn vader beginnen voor te lezen op zijn sterfbed, drie dagen voor zijn dood. Weinig boeken hebben mijn kijk op de wereld, de mensen en de dingen zo beïnvloed als deze kleine roman van de Hongaarse schrijver Sándor Márai. Door Gloed te lezen, is de onvoorwaardelijkheid van de vriendschap me duidelijker geworden. Twee mannen, Henrik en Konrad, raken op jonge leeftijd bevriend, maar het loopt mis en ze hullen zich in een vernietigend stilzwijgen. Pas 41 jaar later, als ze al oude mijnheertjes zijn, spreken ze opnieuw af en praten ze voor een allerlaatste keer. Dit is het ideale boek om over vriendschap na te denken. Het roept de juiste vragen op: wie noemen we een vriend, is vriendschap voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, kun je ook vrienden blijven zelfs al heb je elkaar iets misdaan? Over de (on)voorwaardelijkheid van de liefde denken we veel na, bij vriendschap doen we dat veel minder terwijl vriendschap een vorm van liefde is. Daarbij aansluitend: ik raad iedereen aan om vriendschappen te sluiten met mensen die zich buiten hun eigen comfortzone bevinden. Voor de meesten zijn vrienden gelijkgestemden, die job en interesses met ze delen, die min of meer even oud zijn, die in dezelfde levensfase zitten. Als ik de vrienden uit mijn intiemste kring bekijk, dan is de jongste 28 jaar en de oudste 71. Vroeger zou ik gedacht hebben: wat moet ik nu bespreken met iemand die veertig jaar ouder is dan ik? Het heeft best lang geduurd voor ik ging beseffen dat het heel fout is om zo te denken en voor ik me echt ging openstellen voor ‘de ander’. Ook hij die op het eerste gezicht niet veel gemeenschappelijk met je heeft, kan je soulmate worden.

7. LEES OBLOMOV VAN IVAN GONTSJAROV (1859)

Dit is een boek dat heel veel in mijn leven heeft betekend, net omdat het over een luie man gaat. Oblomov is een buitengewoon sympathiek figuur, en tegelijk een erg tragische held. Hij heeft mogelijkheden om van alles met zijn leven te doen, maar hij maakt er geen gebruik van. Hij is traag, passief en onbeslist en uiteindelijk wordt zijn luiheid zijn ondergang. Dit boek was een eyeopener voor mij toen ik het op mijn 23e las. Ik had de meer dan 800 pagina’s uit en besloot dat ik niet als Oblomov wilde worden. Ik wil niet eindigen in een situatie die me langzaam opvreet. Ik zie veel mensen op oblomoviaanse wijze ten onder gaan, die bijvoorbeeld in hun relatie niets meer voor zichzelf verwachten. Uit gemakzucht blijven ze bij hun partner ‘want het is nu goed geregeld, ik heb nu iemand die mijn was en mijn strijk doet dus laat ons nog maar wat verder bollen’. Dat doet Oblomov ook en zo mist hij de liefde van zijn leven. Hij stelt zijn leven uit tot het voorbij is, hij laat het allemaal maar passeren. Luiheid is zelfdestructie in slow motion. Ik wil geen gemakkelijkheidsoplossingen of luie compromissen. Ik wil constant het gevoel hebben – of dat nu in mijn werk of in de liefde is – dat ik actief beslissingen neem. Ik wil blijven verder reiken en zoeken of er niet iets echter is.

8. LEES DE VAL VAN ALBERT CAMUS (1956)

Een man is er getuige van hoe een meisje in Parijs in de Seine springt of valt. Hij doet alsof zijn neus bloedt en helpt haar niet. Van die dag af wordt hij door zijn geweten opgevreten. Door zijn schuldbesef raakt hij aan lagerwal. Wat dit boek heel mooi aantoont, is dat het morele appel geen uitstel duldt. Om de roep van je medemens te beantwoorden, krijg je meestal maar één kans. We zoeken al te vaak excuses waarom we er niet op ingaan: het is niet het moment of we zullen het later wel doen of zo erg is het toch allemaal niet. Maar het doen van het goede is ogenblikkelijk en meteen nodig, later is altijd te laat. Natuurlijk: je moet het morele appel wel herkennen. De man in het boek van Camus schreeuwt het in het aangezicht, maar meestal klinkt het zwak en op fluistertoon en is het makkelijk weg te moffelen. Ik heb een sterk gevoel van morele verplichting. Ik kan al gewetensproblemen krijgen omdat ik een opiniestuk niet geschreven heb waar eigenlijk niemand om gevraagd heeft. Dan lees ik iets in de krant wat me onrechtvaardig voorkomt en denk ik: zal ik de redactie bellen en vragen of ze een bijdrage willen? Moet ik nu die extra effort doen en opstaan tegen het onrecht? Dat soort gewetensvragen overvalt me snel en steeds denk ik daarbij aan die laatste zin van De Val: ‘O jonge vrouw, werp je nog eenmaal in het water opdat ik nogmaals de kans krijg om ons allebei te redden.’

9. HOU EEN DAGBOEK BIJ

Het is goed om als achttienjarige een dagboek bij te houden. En dan bedoel ik niet dat je noteert dat je vandaag frietjes hebt gegeten of dat je sportdag hebt gehad, maar dat je je ellende aan het papier toevertrouwt. Jonge mensen gaan door veel psychische pijn. Volwassen worden kan ontzettend belastend zijn en vaak brengt het een boel onzekerheden met zich mee. Je voelt je niet begrepen door je ouders en door de maatschappij, zelfs niet eens door je vrienden. Het is goed om die kwellingen neer te schrijven, op een veilige plek waar niemand ze kan lezen. Ik heb dat zelf ook gedaan. Als ik er nu in terugblader, dan zie ik hoe banaal mijn jonge lijden soms is geweest en kan ik wat vandaag tegenzit beter relativeren. Als je nog jong bent en je hebt nog niet dat grotere perspectief omdat je nu eenmaal nog nooit eerder zo diep hebt gezeten, dan lijkt het snel alsof er nooit meer betere tijden zullen komen. Zo’n dagboek kan je helpen om toch weer de kracht te vinden om de ellende te boven te komen. Ik heb nooit echt grote rolmodellen of helden gehad, maar de mensen die ik bewonder zijn diegenen die een vol leven hebben gehad. En met een vol leven bedoel ik dat ze echt wel zware dingen hebben meegemaakt maar daar niet door gekraakt zijn. Ze zijn weerbaar geweest. Ze zijn weer opgestaan en hebben het leven weer aangekeken ondanks de littekens die ze moesten dragen. Ik zie vaak mensen die zo weinig weerbaar zijn. Ze hebben een kleine tegenslag en dat betekent meteen het einde van de wereld. Dat heeft iets heel immatuurs.

10. LEES GEDICHTEN

Ik heb altijd een zwak gehad voor de gedichten van Paul Snoek. Ook de bundels van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska, van de Franse decadente dichter Charles Baudelaire en van de negentiende-eeuwse Pool Adam Mickiewicz draag ik in mijn hart. Gedichten lezen is een beetje altmodisch geworden, jongeren vinden het vaak maar wat zinnetjes na elkaar. Maar een goed gedicht is een meesterwerk op zich. Ik lees niet dagelijks, maar wel wekelijks. Vaak tussen het werk door, om even te verpozen. Je moet niet een hele bundel van a tot z tot je nemen. Gedichten zijn als bonbons: je opent de doos en je neemt er eentje uit om er langzaam van te genieten. Een gedicht dat je raakt, lijkt wel speciaal voor jou geschreven. Ik haal er ontzettend veel troost uit. Verwacht opnieuw niet dat je het meteen helemaal snapt. Poëzie vraagt tijd. Soms moet je een gedicht hardop lezen, voor jezelf of voor je partner – een aangename, sensuele ervaring die ik iedereen kan aanbevelen.