De legendarische Coco Chanel (1883-1971) was zowat de enige grote naam onder de couturiers van vorige eeuw die niet op personen van dezelfde sexe viel, Coco was van kop tot teen hetero. Zij was evenwel de meest baanbrekende van allemaal, en nog een zeldzaamheid: ze was een… vrouw. Na haar kwamen enkel mannelijke naaiers, zoals Christian Dior, Pierre Cardin, Yves Saint-Laurent, Karl Lagerfeld, Gianni Versace, Giorgio Armani, Thierry Mugler, Alexander McQueen en ook onze Vlaamse jongens: Walter Van Beirendonck, Dries Van Nooten, Dirk Bikkembergs, Raf Simons en andere… homosexuele kleermakers, ik druk het nogal plat uit, maar zo was het toch. Het “hogere klerenvak” was steeds (en is nog altijd) een zaak van vrouwelijke geaardheid, zij het dat de meerderheid onder hen volstrekt mannelijke ballen in de biologische pantalon draagt.
Coco Chanel was een kind van doodarme afkomst. Op zeer jonge leeftijd verloor zij haar mama, waarna haar alcoholische vader haar onderbracht in een weeshuis. Later werd zij om den brode naaister, zij zat dagenlang te stikken (letterlijk en figuurlijk) in een donker atelier waar zij aan een hongerloon moest werken. Toch slaagde zij er in om vanop die sinistere plek af en toe een eigen ontwerp mee naar buiten te smokkelen, en het moest gezegd: dat was van meet af aan een eigenzinnig werkstuk. Coco moet zowat de vestimentaire bohémienne van het begin der 20ste eeuw geweest zijn. Haar kleren waren comfortabel tegendraads, zelfs androgyn-mannelijk, als een verfrissende paradox met de loodzware en traditionele vrouwengewaden die het klassieke beeld van de 19de eeuw bepaalden. De stempel van Chanel was meteen gezet. Vergelijk het misschien met wat The Beatles 50 jaar later in de muziek deden: met hun popmuziek een complete breuklijn met het verleden bewerken. Haar eerste fans en klanten waren… prostituees. Daarna kwamen de vrouwelijke artiesten, vervolgens de rest van het volk, met inbegrip van de aristocratische dames, tot zelfs in de superchique salons van de koningshuizen drong de Chanel-trend door. Coco werd uiteindelijk de gedroomde klerenchouchou voor elke vrouw.
Het van geboorte meer dan armoedige meisje was een wereldvedette geworden, zij vestigde een waar imperium met haar kleren, en uiteraard werd zij hiermee puissant rijk. Daardoor kon zij geen tijd vrijmaken voor de liefde, alhoewel één keer kreeg zij de kans om tot de adeldom toe te treden: de hertog van Westminster vroeg haar ten huwelijk. Zij kon zijn “edele lady” worden, maar na een korte bedenktijd zei Coco: neen mylord. Zij verkoos haar identiteit van “Chanel” te behouden, dat was haar meer waard dan een lady of Westminster te worden. Haar eigen naam was geijkt op noeste arbeid, op “bloed, zweet en tranen”, en niet te vergeten: bij gratie van haar puur individueel ontgonnen talent. Haar zelf gevestigde merk stond voor haar meritocratische karakter. Zij had zich vanuit een verloren geboorte-positie immers een weg van succes door het leven geslagen, Chanel was haar eigenste ijzersterk model. Coco ging door met werken tot ze diep in de 80 was. Ze woonde toen reeds jaren permanent in het Hotel Ritz te Parijs, op loopafstand van haar prestigieuze atelier.
Op zekere ochtend voelde ze zich niet zo goed, ze zei tegen haar entourage dat ze nog even ging rusten op bed. Haar kamerbode wou een dokter bellen, “nee hoor, niet nodig” antwoordde Coco, en ze voegde er aan toe: “c’est ainsi qu’on meurt” (“zo gaat men dood”). En inderdaad, zo werd die laatste net niet aangevatte werkdag de eerste dag dat ze plots niet meer doorging met alle dames aan te kleden.
De ziekelijk timide en erg wereldvreemde Yves Saint-Laurent (1936-2008) wordt wel eens als de mode-kroonprins van Coco Chanel beschouwd. Hij werd alleszins een van de meest elegante en (vrouwelijk) verfijnde couturiers van de 20ste eeuw, ondanks zijn getormenteerde jonge jaren. YSL werd als kind van een Frans gezin geboren in Algerije. Als jongetje werd hij omwille van zijn onmiskenbare mietjes-geaardheid zwaar gepest door zijn Noord-Afrikaanse schoolgenoten, zelfs in die mate dat hij zich elke speeltijd in de toiletten ging verbergen om aan de spot en de agressie te ontsnappen. YSL hield er een levenslange misantropie (vijandigheid tegenover de mensen) aan over, tevens een ziekelijke drang naar escapisme (vlucht uit de werkelijkheid), wat zich continu uitte in drank- en drugsuitspattingen, plus de meest extreme experimenten met losgeslagen seks onder jongens en mannen. Het voorbeeld bij uitstek van zijn geniale begaafdheid: reeds als prille twintiger werd hij uitgekozen om hoofdontwerper bij het modehuis van de jong gestorven Christian Dior (1903-1957) te worden. Dat feestje ging echter niet door want net in die periode moest YSL zijn legerdienst gaan doen en dat avontuur bezorgde hem een complete zenuwinzinking, mét opname in de psychiatrie. Bij Dior dachten ze toen: van die klerenboer geen eieren voor ons bedrijf… Ondanks deze valse start werd YSL een meesterlijke klerenkunstenaar, maar zijn grote naam en zijn gerenommeerd bedrijf verwierf hij enkel dankzij zijn trouwe levens- en liefdespartner Pierre Berger, die zijn consequent strenge en immer nuchtere zakelijk directeur was. Berger werd de bedenker en de maker van Yves Saint-Laurent. Zonder hem had het excentrieke talent van YSL het wereldlicht niet gezien. Om maar even de woorden van Pierre Berger aan te halen: “YSL leefde niet graag, maar ik zette hem telkens aan het werk, als beloning kreeg hij dan alcohol, cocaïne en… jongens, tja,
zo hield ik hem recht”.
Karl Lagerfeld (1933-2019) was een tijdgenoot én misschien wel de evenknie van Yves Saint-Laurent. KL werd geboren in het Noord-Duitse Hamburg, hij was de zoon van een rijke fabriekseigenaar en zijn moeder was een volbloed aristocrate. Reeds op zeer jonge leeftijd betoonde KL zich een excentriek kind. Hij kleedde zich liefst in dandy-pakken waarvoor hij zijn inspiratie haalde in de laat-19de eeuw. Hij beschouwde zich als een afstammeling van de Belle Epoque.
Zijn bloedmooie mama legde hem hierbij geen strobreed in de weg, integendeel, zij schonk hem voldoende zelfstandigheid zodat hij reeds als jonge puber van zichzelf de perfecte ladyboy kon maken.
KL
droomde van een glamoureus leven in het modieuze Parijs. Die fantasie heeft hij in realiteit omgezet, maar wel met ontzettend hard werken en met inzet van zijn onverzettelijk karakter, want niet vergeten: Lagerfeld was geen frivole en lanterfantende Fransman maar een ambitieuze en uiterst gedisciplineerde Duitser. Bij KL was het altijd “werkendag”, hij pakte geen pillekes, dronk geen enkele pint en bleef van alle verboden spul af. Hij meed zelfs het intieme gezelschap van jongens en mannen, verwonderlijk toch, terwijl iedereen wist dat hij voor de homoliefde was. Dat laatste is een anomalie gebleven in dat passioneel niet ingevulde leven van KL. Hij had weliswaar jarenlang een vaste vriend (Jacques de Bascher), maar dat zou uitsluitend een platonische relatie geweest zijn. Ze hadden ook aparte slaapkamers en het hitsige liefje ging geregeld alleen op stap, om zo zelfs in de amoureuze seks-armen te vallen van… Yves Saint-Laurent. Wat meteen een bruusk einde betekende van de grote vriendschap tussen de twee hogepriesters van de mode. Kort daarna kwam er ook een eind aan het leven zelf… van de “speelvogel der liefde”. KL verloor zijn geliefde Jacques (38) aan dé ziekte van de jaren ‘80: aids. Lagerfeld heeft hier verschrikkelijk hard onder geleden. Daar ging hij op zijn zuiver Duitse wijze mee om: hij begon nog harder te werken, dagen van 12 uur en meer in zijn atelier. En als hij thuiskwam (in een van zijn kastelen, jawel) dan zette hij zich terug aan de tekentafel, tot een kot in de nacht of tot tegen het ochtendgloren, ook toen hij reeds geteisterd was door een terminale kanker. KL gaf niet op, zijn leven stond gelijk aan creëren. Tot hij creveerde, met zijn schoonste kleren aan, want daar had hij finaal nog voor gezorgd: netjes zijn tot in de dood. Zelfs sterven deed hij met stijl. Lagerfeld was een dandyeske kanjer, een ware rockster van het mondiale klerenbedrijf.
U zult zich waarschijnlijk afvragen waarom ik me gewaagd heb aan deze beschouwingen over de mode, aan de hand dus van wat vlugge uitweidingen over één illustere vrouw en twee mannen die – ondanks verwant – toch mekaars antipode waren. Wel, om maar iets te zeggen, ik ben grootgebracht bij twee tantes die naaister waren, mijn wieg stond letterlijk tussen de stikmachines, en bovendien waren mijn twee schoonvaders allebei van opleiding kleermaker, maar misschien nog het voornaamste: mijn eigen vrouw, mijn grote en schone geliefde, is zelf een… model. Jawel!
