Op vrijdagmiddag 11 november fiets ik voorbij een populaire moskee in Leuven.
Talrijke moslims staan voor de ingang samengetroept. Er heerst zo te zien een gemoedelijke sfeer. Het gaat voornamelijk om jonge mannen in de leeftijdscategorie tussen 20 en 30 jaar. Velen onder hen dragen een lang wapperend gewaad (kaftan) en de baarden zijn duidelijk in de mode. Ik hoor een kakafonie van drukke en opgewekte gesprekjes in het Arabisch, er wordt onder begeleiding van handjeklap onstuimig gelachen en uitbundig geroepen. Het leven is blijkbaar mooi in Vlaanderenland, net voor het collectief gebed richting Mekka begint. Het is alsof die gelovige gasten zich op een marktplein in Marrakesh bevinden, een inleving die ook niet bij wet verboden is. België is vooralsnog een voorbeeldige democratie, onze samenleving is divers en multicultureel georganiseerd. Wij tolereren andere gemeenschappen en uitheemse mensen. Wij zijn nog steeds beschaafd en gunnen ieder zijn mening, inclusief het belijden van een godsdienst, zoals de islam, die vreemd is aan ons volk.
Geen probleem denk ik nog, terwijl ik toch opgeschrikt word door telkens die schelle kreet Allah Akbar. Het klinkt uit tientallen kelen, luid en opgewekt, strijdbaar en vol overtuiging. Ik fiets drie keer langs, telkens verkil ik meer.

De avond voordien had een geradicaliseerde moslim in Brussel diezelfde kreet Allah Akbar geslaakt terwijl hij een politieman met een broodmes in de keel stak. Het bleek een doodsteek. Was men daar ’s anderendaags in Leuven aan de moskee nog onwetend van? Ongeveer elke jongere had niettemin zijn smartphone in de hand, kwam daar dan geen nieuws langs door of waren al die toestellen afgestemd op de gesproken versie van de Koran? Zoiets als: Allah spreekt tot u en verbiedt elke wereldse thematiek.
Ik kon het niet horen want mijn hart bonsde oorverdovend van zoveel theatraal geëtaleerde onverschilligheid. Ik zag nergens een spandoek met: Thomas M. werd niet vermoord uit onze naam, laat staan uit die van de Profeet. Er werden geen kaarsjes gebrand, geen portret van de dode politieman met theelichtjes of een paar ruikertjes bloemen om hun leedwezen te uiten. Nee, het was gewoon het gebruikelijke feestje alvorens de moskee te betreden. Niks mee te maken jong, dat was de lichaamstaal van minstens honderd godvruchtige islamaanbidders. 

Politieman Thomas M. werd vermoord in de Aarschotstraat, de gore prostitutiebuurt in de hoofdstad. Ongeveer vijftien jaar geleden heb ik er zelf nog gepatrouilleerd. Het is niet meteen een straat waar constant groot gevaar heerst. Mannen komen er om hun ding te doen, de snelle en goedkope wip. Men zoekt er per definitie geen problemen, enkel een portie seks. Wij voerden er wel een voorzichtige aanwezigheidspolitiek, volledig preventief van aard. De meisjes zagen ons zelfs graag komen, ze voelden zich des te veiliger met wat blauw in hun straat.

Dat vertrouwde blauw kleurde plots bloedrood op donderdagavond 10 november, uit naam van Allah werd voor de zoveelste keer een onschuldige Westerse mens brutaal gedood. Vlak in de buurt, even het hoekje om op het einde van de straat, woont een bekende Belg. Zijn vak is koning van dit land zijn. Ik denk dat ik me niet vergis als ik schrijf dat noch de Koning noch zijn vrouw of hun kinderen bloemen zijn gaan neerleggen op de plaats van de misdaad. Ook de leden van de regering deden dit niet, noch het stadsbestuur van Brussel. Ze leverden met zijn allen wel gedwee hun voorspelbaar communiqué af: dramatisch, verschrikkelijk en vooral betreurenswaardig. Het gekende treurliedje dus, met de krokodillentranen en de plastieken krop in de keel. Niemand van die koninklijke bobo’s of politieke bollebozen durfde het Kwaad te benoemen (zelfs de politievakbonden niet, sorry kameraden), zijnde het moslimfundamentalisme, het salafisme, het islamofascisme enzovoort.  Er zijn woorden genoeg om die fanatiek aan de islam gelinkte kanker in onze maatschappij te beschrijven. Maar onze overheid zwijgt als vermooord, uit schroom om het gevaar te situeren waar het zich bevindt: in de bredere en diepste lagen van de moslimcultuur, die zich expliciet richt tegen onze democratie en rechtstaat. Deze godsdienstfanatici beogen een meedogenloze theocratie of een hardvochtig sharia-kalifaat, een einddoel dat gelijkstaat aan religieuze dictatuur. Gedaan met onze vrijheden, de zweep op de schone moraal van onze westerse beschaving.

Er woedt al jaren een kleine oorlog in onze grootsteden. Het gaat om een vuile strijd die zich kenmerkt door een stuitend gebrek aan respect voor onze samenleving. Het betreft een smerig steekspel, zonder zelfs een minimum aan juridische regels, want het parket noch het gerecht laten die respecteren.  Onze politici tekenen voor afwezig, ze betuigen enkel luid (maar moreel  leeg) hun afschuw bij ontsporingen van zogezegde gestoorden, het makkelijk klaarliggende alibi om de islam te sparen. Niemand schaamt zich hierover. Terwijl het gevaar dreigt dat we onze volkscultuur, met als fundament het basisrespect tussen mensen, volledig kwijtspelen. Wij stevenen af op een omverwerping van de waarden uit de Verlichting die onze gecultiveerde samenleving reeds meer dan twee eeuwen schragen. Wij worden bedreigd door een nieuw fascisme: het handelt blind uit de naam van Allah.

Behalve Tom Van Grieken maakte geen enkele politicus of vooraanstaande figuur ook maar enige allusie op de drijfveer en de achtergrond van de moordenaar die het jonge leven van de politieman in de kiem (én de keel) smoorde. Men putte zich uit in holle dramatiek en vlug geloosde troostwoorden, het geacteerde medeleven was 24 uren in de solden en nu reeds helemaal uitverkocht. De VB-voorzitter zei droogweg en heel terecht: hier was een losgeslagen moslim aan de slag, de slachter was een islamterrorist.

Van deze obscure geweldcultuur, verlos ons lieve Heer.
Als ongelovige zeg ik: leve God en dood aan de Profeet.

Deze vreselijke aanslag toont eens te meer aan dat het blind en striemend islamitisch terrorisme enkel maar schrikwekkend blijft aanzwellen. Weer wordt er (om bij te wenen!) door de morele ontkenners en wegkijkers opgemerkt dat de dader van deze aanslag psychisch labiel en dus juridisch misschien niet verantwoordelijk was. Het is de afgezaagde en laffe mantra aangaande haast alle salafistische misdadigers waarmee men de criminele impact van de islamitische ideologie wil minimaliseren.

Laat ons tenminste Thomas M. de gepaste eer bewijzen door die terroristische oorlog niet weg te relativeren. Het gaat hier om moordend moslimfundamentalisme. Maar aan de ingang van de moskee lacht men uitbundig en binnen bidt men rustig verder. Ondertussen vertaal ik ramadan voor mezelf als rammen dan, zo luidt precies dat krijgszuchtige lied van die akelige Allah. Bah!

 

2 reactie op “Rammedanallah – 16 november”
  1. Knappe analyse, helaas worden wij door de kerk,politiek ,,beweging,net, media , Davidsfonds, Academici in de steek gelaten, bij het minste protest worden wij gedinigreerd tot Nazi, racist, gevaarlijk extremist enzovoort. Ik voel mij een vreemde in dit Vlaanderen. Groeten Walter,

Reacties zijn gesloten.