Wij zijn proper mensen, mijn vrouw en ik houden van een huis dat netjes op orde is. Niet dat we er maniakaal mee bezig zijn, het kuisen komt na de liefde. Onkuisheid heeft een dubbele bodem bij ons. Ach, wij liggen niet wakker van een pluisje en een stofje, maar reinheid is een basiselement, zuiverheid een streefdoel. Dus hechten wij om te beginnen wel wat belang aan poetsen, een nette woning is meer dan dienstig voor plezier in ons hoofd en andere onderdelen. Omdat ons liefdesbedrijf ten alle tijde prioriteit heeft, hebben wij de kuisarbeid uitbesteed. Naar uitheems en donker gekleurd volk, omdat de betreffende markt ons geen blanke keuze bood.

Zo kwam Jean-Jérome langs, een zwarte jongen van vooraan in de twintig. In een recent verleden noemden we zulke gast een neger. Doen we niet meer, wij tutoyeerden hem meteen en hadden al een grote zak klaargezet met chique spullen en kleren die we (wegens plaatsgebrek) wilden liquideren. Grand merci, zei Jean-Jérome. Hij legde ons uit dat hij student was, hij wou leraar worden, nee wetenschapper klonk het even later, om dan te besluiten dat hij eigenlijk voor pedagoog had gekozen. Oké, dachten wij, dat is de Congolese methode, ieder soort zijn gewoonte, maar nu moet er gepoetst worden. Nathalie had een gans arsenaal aan producten gelabeld en legde hem de werking van de stofzuiger uit. Duwen, niet trekken, beste jongen, daar begon hij van te blazen zodanig dat het stof nog meer opvloog. We hebben hem ook in de douche gezet – niet om zijn eigen zweetgeur af te spoelen – maar om te tonen hoe je glas en sproeier moest aanpakken. Maar eigenlijk was het een verhaal van dweilen met de kraan open, wij voelden nattigheid, hier zat geen propere afloop in. Toen hij een tweede keer verwacht werd, kwam hij een dik half uur te laat, want de krakende ketting van zijn velo had zijn tempo verzwakt. Wij wilden graag zijn fiets nakijken, om te helpen, maar hij expliqueerde dat hij die onderweg ergens vergeten was. Hoe kan dat nu Jean-Jérome? Het feit was dat wij geen vat kregen op zijn Afrikaanse logica en ons huis werd er niet properder van. Bij een derde beurt belde hij af, hij moest plots een pak examens gaan afleggen.
Wij hakten toen de knoop door en hebben hem gebuisd op de vakken werkethiek, eerlijkheid, punctualiteit en properheid.

Omdat wij over geen greintje aanleg voor racisme beschikken, hebben wij graag een volgende donkere kandidaat aanvaard.
Dat was eveneens een negeriaanse kerel, genaamd Dieudonné. Letterlijk een godsgeschenk? Om kort te gaan, hij verknalde het reeds bij zijn eerste binnenkomst. Hij vond onze behuizing te klein voor zijn grondige en vooral grootse aanpak. Weer speelden de Afrikaanse wetmatigheden van de averechtse logica: hij raakte onmogelijk rond tijdens drie uren stuntelen, haperen, mekkeren en mopperen. Vooral Nathalie zat hem dwars, hij moest zich houden aan de huisregels van mijn vrouw, goed bedoeld als nuttige hulp voor een totaal onhandige poetser, maar ongekend hinderlijk voor een Congolese macho man. Enfin, zonder pardon, het was een hopeloos zwarte dommerik. Wij hebben hem nog extra betaald om hem des te rapper te laten beschikken. Onze deur ging definitief dicht voor Dieudonné, zijn grote baas God mag hem engageren om in zijn hemelhuis de wolken komen af te stoffen. Succes mon Dieu!

Nadat de kuis- en opruimingsploeg van Afrika tweemaal gefaald had, gaven we een propere kans aan Zuid-Europa. In ons huis geen raciale bezwaren, wij zijn fiere Vlamingen maar met een open blik. Als het moet gaan wij de halve kosmos af voor onze poets en de vergoeding zal meer dan billijk zijn, desnoods met eten en drinken en extra centjes bovenop. Zo dienden Chico en Chiquita zich aan, een lichtjes zigeuner getint koppel. Ze konden zich beter verkopen dan onze Congolezen, spraken zelfs een mondje Nederlands en leken zich tot nader orde erg correct te engageren. Alleen, tja, ik aarzel, de gevraagde verloning leek ons nogal exuberant. Maar goed, koken kost geld, en poetsen moet daar niet voor onder doen. Wij dokten af, gaven hen carte blanche en de werken vingen aan. Wij bleven discreet op afstand, uit respect voor onze zuiderse werkmensen.
Wij zagen ze hun gangen gaan, hoe Chico een pakje sigaretten kettingrookte op ons terras, terwijl Chiquita zeer bedrijvig bleek met haar, euh, blitse bedrijfstelefoon. We voelden ons meteen bekocht. We haakten bruusk af, bedrogen en bedot. Dat soort profiteurs – leugenachtige zigeuners – wilden we niet in ons kot. Bestolen voelden we ons.

Toch is er uiteindelijk een gelukkige afloop gekomen aan dit aanvankelijk niet zo proper kuisverhaal. We kwamen Jeanneke tegen, ze was al een half leven professioneel bezig met borstel en blik.
Haar handelsmerk was… Vlaamse degelijkheid. Het bestaat dus nog, daar betalen we met veel plezier zelfs meer dan de netto marktwaarde voor. Zulke mensen verdienen een bonus, dit gaat om gul te honoreren dienstbaarheid. We hadden ons met volle overtuiging kosmopolitisch – de wereld is ons dorp – willen opstellen, maar we waren van een kale reis thuisgekomen. Noch onze Afrikaanse broeders noch ons Europese zustervolk hadden de klus kunnen klaren. Het klinkt misschien niet fraai, maar wij voelden ons wat bevuild. Onze normen en onze waarden zijn properder.

 

 

2 reactie op “Vuilkuisploegen – 29 maart”
  1. Gelezen en goedgekeurd, Omer. Wij hebben u een Vlaamse (Kempense) poetsvrouw en zijn ontiegelijk tevreden over haar. Hoewel: de poetsvrouw die wij voor haar hadden was een Sri Lankaanse en leverde eveneens uitstekend werk. Zo zie je maar.

Reacties zijn gesloten.