We hebben een man aan zee leren kennen die daar een florissante zaak uitbaat. Het betreft een uitgeweken Nederlander, een erg flamboyante kerel die in zijn chique boetiek de betere merkkledij in het sportieve strandgenre aanbiedt. Telkens wij er komen, worden wij
als VIP’s ontvangen, “de Vlaamse prins met zijn elegante prinses uit Leuven”, zo citeer ik haast letterlijk ons maritieme maatje Gerard. Zelf is hij momenteel de facto vrijgezel, met dien verstande: zijn partner verblijft permanent in een instelling, ter verzorging van haar mentale problemen. Ooit was deze dame (Terlenka) zijn ravissante parel die hij ontdekt had bij het vissen naar frivool genot in het naar Westerse normen exotische landje Montenegro. Voor hem was het liefde op het eerste gezicht geweest, een exclusieve sexy trofee waarvoor hij zijn 20-jarig huwelijk graag opzegde. Hij werd zijn Nederlandse vrouw met overtuiging ontrouw, ze mocht stante pede beschikken. Gerard deed dit zonder blikken of blozen, zo vertelt hij ons dat verhaal in zijn eigen bewoordingen. Hij pronkte toch zo graag met zijn buitenlands model, zijn kustwinkel werd haar catwalk tijdens de dag. Ze wiegde er met haar opgevulde kont en ze schudde er met haar opgeblazen borsten, ze tuitte haar ducky lippen als een domme gans en ze bolde haar wangen op met overdosissen botox. Gerard betaalde alles, hij sleepte ganser ladingen siliconen aan, gratis voor de vamp Terlenka.
De gewezen echtgenote won glansrijk de vechtscheiding, zij verkreeg de helft van zijn commerce en verwierf een extra alimentatie omdat zij zo eerloos in de steek was gelaten. Gerard treurde echter niet, hij boog het hoofd en schraapte het geld bij mekaar. Gulzige advocaten schoven aan en inhalige notarissen schreven peperdure aktes. Er hing echt wel een prijskaartje aan deze wellicht terechte eisen die gepaard gingen met het “vrij verkeer” dat Gerard had verworven met (en voor) zijn Slavische seksbom, die hij dan nog voor een stuk zwaar had gesponsord om zijn pronkerige babe te worden.
Zijn enige dochter zag het met lede ogen aan. Zij koos de kant van haar mama en liet ook haar aanspraak op de zaak aan de Belgische kust gelden. Gerard zag meer en meer zwarte sneeuw vallen op het strand van Blankenberge.
Ondertussen was de natuurlijke schoonheid van Terlenka zodanig kunstmatig gepimpt geweest – Gerard smeet hiervoor gul en blindverliefd met zijn geld – dat ze op den duur een fake poppetje was geworden, en dat wist ze plots. Ze zag de slopende ravage op haar gelaat en de sporen van esthetische chirurgie op haar lijf. Er waren overal lijnen getrokken en kerven gesneden die haar als jong meisje – nog niet zo lang geleden – vreemd waren geweest. Terlenka werd er triest van en stillekesaan depressief, ze begon aan de pillen te zitten en stiekem te drinken. Haar ganse eertijds meer dan elegante voorkomen stortte langzaam in. Gerard zag het pas later, hij was té lang té zot van glorie geweest over zijn Montenegrijnse vlam aan wiens vurige blikken en hete handen hij nog hitsige herinneringen had – die hem in gedachten nog konden bekoren – maar niet meer wisten te bereiken in hun bed van uitgedoofde sekspraktijken. Er restte slechts fantasieën die fata morgana’s waren.
Daarna gebeurde het onvoorstelbare. Gerard ging uithuilen bij zijn gewezen echtgenote, die een kwartiertje halvelings luisterde maar hem daarna beleefd doch gedecideerd de deur wees. Voor haar was dit een afgehandelde zaak, zij kon financieel makkelijk alleen verder en was op zijn minst te trots om toe te geven dat zij nog een sprankeltje gevoelens had voor Gerard. Het was aan deze laatste niet ontgaan hoe pront zijn ex-vrouw er nog uitzag. Haar fiere persoonlijkheid en haar volle vrouwelijk vormen – alles naturel! – deden hem kwijlen van goesting. Hij vrat zijn kas op van spijt, maar hij zat opgezadeld met zijn compleet mismeesterd mokkel uit Montenegro. In leeftijd kon ze zijn dochter zijn, maar ze was zo afgeleefd geworden door haar pillenverslaving en haar drankmedicatie, zo afzichtelijk ten gevolge van de aangebrachte verminkingen aan haar jonge lichaam dat ze op een spookfiguur begon te lijken. Een wandelend cadaver dat hij uit zijn winkel weerde… en ten einde raad liet opnemen in een inrichting voor mensen met psychische problemen.
Nog één keer kwam er wat hoop, er trad een onverwachte kentering op: Terlenka wou – verdwaasd op de dool doorheen een dwangdagdroom – plots weerkeren naar Montenegro. Gerard veerde verheugd op, dat kaderde volledig in zijn stoutste planning. Hij wou definitief van die vrouw af, én van het kostenplaatje. Haar verzorging kostte hem handenvol geld, bijna meer dan zijn slabakkende zaak nog kon opbrengen. Want met alle strapatsen van zijn aangekochte maar kapotte sekspop had hij zijn spaarpot quasi opgeblazen, zijn winkel was haast failliet. Gerard reed dan in één verbeten ruk ijlings naar het zuiderse thuisland van zijn Montenegrijnse partner die als een schimmige zombie naast hem zat. Ze sliep bijna de ganse rit, half verdoofd door het spul dat als een verboden drug gold voor haar. Toch zag ze ter plekke in dat éne heldere moment – dankzij een alerte Gerard die net op tijd haar pillen en drank had afgepakt – haar familie terug, maar… niemand herkende haar nog, niemand opende de armen voor dit rare schepsel, een ontaard geval, ze zagen een compleet van hen vervreemd wezen. Terlenka werd als het ware neerbuigend en brutaal uitgespuwd door haar oerconservatieve en orthodox-christelijke ouders, plus de rest van de goegemeente in dat stugge boerendorpje uit de armoedigste regio van Zuid-Europa.
Catastrofe en drama voor Gerard, hij keerde willens nillens terug naar België met Terlenka, richting instelling. Met inbegrip van het permanente afdokken van zijn schaarse geld, werkelijk zijn laatste centen. Hij kon niet meer onder deze verplichting uit.
In zijn liefdesroes van die eerste maanden had hij immers overhaast een samenlevingscontract met haar gesloten. Hij kon juridisch de band niet verbreken met iemand die niet meer over een zelfstandige wil beschikte ten gevolge van haar psychische ziekte.
Dit was dus een vrij uitzichtloze situatie, Gerard vertelt het ons met verstikte stem, achteraan in zijn winkel. Wij zitten er tamelijk sprakeloos bij. Tegenover ons een man die ooit als een Nederlandse prins zijn chique boetiek uitbaatte met luxe kleren van de beste merken – een uniek verkoopadres aan de Blankenbergse kust – die samen met zijn vrouw deze zaak hoge toppen had laten scheren. Ze werden beschouwd als een exceptioneel en zelfs perfect koppel, tot het zot toesloeg in zijn middelbare leeftijdskop. Gerard zat ’s nachts te prutsen op internet en legde contact met een bekoorlijk kindvrouwtje.
Zij bracht zijn hoofd op hol en binnen de kortste keren haalde hij haar naar België en stuurde hij zijn superlieve echtgenote – zijn trouwe partner voor het leven – terug naar Nederland. Wat volgde was een kortstondige roes van zwoele erotiek, en reeds kort daarna het versneld ingezette vervolg naar de volledige afgang. Zodat Gerard ons nu enkel nog kan zeggen: slechts de dood zal hier redding brengen. De vraag die wij niet willen stellen: wie zal er eerst vertrekken uit dit lijdend leven? Bedoelt Gerard zichzelf, of hoopt hij dat Terlenka vóór hem zal verdwijnen? Dan is hij eindelijk bevrijd.
