Mijn Leuvense buurman Franky is een bijzonder sympathieke jongen. Ondanks zijn jongensachtigheid mag hij deze maand op pensioen, dan sluit hij een loopbaan van meer dan 40 jaar als overheidsambtenaar af en mag hij zich toeleggen op het echte werk: een schoon vrouwke zoeken om de liefde mee te vieren voor de rest van zijn leven. Ik acht zijn slaagkans erg groot want Franky is een aimabel personage, zacht en vriendelijk in de omgang, zeer verzorgd en bovendien een niet onknappe verschijning.
Als ongewilde toeschouwer zag ik hem ooit “daten” met een sexy dame in een nabijgelegen brasserie, een andere keer flitste hij voorbij met een mooie blondine en om de zoveel tijd zie ik bevallig vrouwvolk (’s avonds) binnen- en (’s ochtends) buitenwandelen bij hem. Franky boert niet slecht in de losse scharrelvrijerij, maar ik weet dat hij een vast lief verkiest. Die mag behalve knap ook wel minimaal intelligent
zijn, zoals hij dat zelf ook is. Daarom frequenteert Franky onze frivole lievelingsdancing De Kroon in Scherpenheuvel. Hij speurt er de vrouwelijke fauna en flora af, klaar om toe te happen als een sappige verschijning zich aandient, maar… Franky is geen danser, dat is een niet geringe handicap bij dit soort “jacht” op deze uitgelezen plek voor wie een schoon madam tegen zijn gilee wil trekken. Mijn gouden raad voor Franky: overwin dat laatste restje schuchterheid, kom rapper uit uw dansschelp, leg die timide omzichtigheid tegenover swingvrouwen af. Maar geen nood, die grote liefde zit er allicht aan te komen. Onze jong en fris gepensioneerde zal er niet ongezien blijven, zeker omdat we weten dat hij – als de nood het hoogst is – ook op één tegel kan dansen. Beetje zwoel lijf tegen lijf (nauwelijks) voortbewegen, “discreet spreken” met het bekken en de benen, enfin, zo heb ik de stiel ook moeten leren, en voilà!
Franky’s vaste plek in De Kroon is aan het einde van de toog. Daar overschouwt hij het dansveld van de kokette vrouwen die zich aanbieden, niet alleen aan hem, maar bijvoorbeeld ook aan de twee André’s – de lange en de dikke – het zijn gezworen kameraden en gewezen buren uit het Kempenland. Ze staan steeds pal naast mekaar, als twee zeer alerte en moedige soldaten die de wacht houden bij de smalle doorgang naar de dansvloer. Geen vrouwelijk schoon ontsnapt aan hun oog, zij spieden en zij genieten, klaar om toe te slaan als een mannelijke concurrent zijn goede manieren zou verliezen teneinde zich onverhoeds aan een aantrekkelijke dame te vergrijpen. Want zij zijn zelf toch liever de grijpgrage jongens (grapje gasten, sorry).
Dikke André is echter triest, hij won én verloor de liefde van zijn leven in De Kroon, het ging om een pittig vrouwtje dat na een korte vrijage met hem terug wou naar haar oudere man, veilig aan de haard, bij de hond en de kat, om ganser dagen naar het plafond te staren en ’s avonds stomweg TV te kijken. Zoveel rust gaf dat, in plaats van kriebelend zitten te dansen (én de rest) in het gezelschap van zo’n gezellige dikkerd als André, die behalve zijn lichte overgewicht toch een nette jongen is met verliefde blik en die haar als een kroonprinses heeft aanbeden. Maar het mocht niet zijn, zijn geliefde kon de stress niet aan van wat volgens de mensen niks anders dan plat overspel was, dus… treurt onze dikke vriend nu. Meer nog, hij is er zwaar ziek van geworden, een soort kanker bekroop hem. Zijn stem werd er hees van en zijn adem werd afgesneden, zijn maag kromp ineen van de pijn en het vroegere dansen ontaardde in een lijden dat zijn toekomst lijkt te bepalen. Dikke André hangt soms nog losjes aan de toog, maar zijn kameraad de Lange moet hem aanmoedigen, want anders gaat zijn zware maatje zwalpen. Wij merken het vanuit onze verre zithoek, we stellen zijn onmiskenbare tristesse vast, zien zijn verkrampte stand. Het grote gemis van de schone geliefde die nu thuis zit te verkommeren, naast haar dwaze knorpot, maar de stap niet meer durft te zetten naar haar gewichtige liefdesman. Dikke André is momenteel ziekelijk van verdriet, hopelijk niet ongeneeslijk. Hij kijkt naar ons dansplezier en hij groet ons droef maar gemoedelijk. Eén keer werd het hem te veel, hij wenkte ons en zei: zoals bij jullie, zo had mijn gemankeerde liefde ook moeten geweest zijn, ik was er heel dichtbij, maar ach, die zogenaamde wetten van het mensenvolk en de klotemaatschappij… Dan brak zijn stem. Wij willen hem niet zeggen dat wij die hindernissen net wél wisten te overwinnen.
Gelukkig is er nog lange André om hem af te leiden en op te monteren, want dat is een vrolijke danser en een eeuwige lachebek. Hij zwiert in het rond met schoon madammen van alle leeftijden. Hij is een geweldige charmeur en bovendien een knappe meneer, maar hij wil
precies geen vast lief. Is het omdat hij niet kan kiezen? Soms zien we hem wel verdacht lang met begerige armen (gretig) pakken naar de bevallige echtgenote van een andere man. Ook dikke André merkt dat op, en zelfs Franky heeft hier oog voor, het is iets wat zij zichzelf niet durven permitteren, dat sexy lef van “seigneur” André die gezwind aan de volle rondingen van knappe dames zit. Geraakt onze volkse adonis op deze manier soms verder dan zij voor mogelijk achten: is geen bed te ver voor hem en de paringsdans met een getrouwde vrouw geen obstakel, daar hebben zij het raden naar, maar wij zien de uitbundige levenslust van die lenig-lange André, er zit steeds sappige snee op. In De Kroon is hij de personificatie van iemand die ongehinderd (zeker niet door zichzelf) met zijn expliciete libido te koop loopt. Hij anticipeert hiermee perfect op mogelijke kankers, aan hem is per definitie niet meteen een vieze ziekte besteed. De zwoele goesting maakt van hem een gelukkig mens. Van zijn altijd plezante enthousiasme worden ook dikke André en toogkameraad Franky wat vrolijker, zo hoort het toch.
De perfecte weg naar gezondheid (dikke André) en het directe pad tegen angstvalligheid (Franky) zijn geplaveid met swingende en slowende erotiek. Zo hebben Nathaliefje en ik het ook geleerd, aan de schone dansschool der zwierige liefde, optimistisch en met de glimlach, soms tegen iedereen in, want ons geluk hebben we zelf afgedwongen, dat werd ons niet verleend als een gunst, neen.
Maar daardoor zijn wij ook een duurzaam duo geworden, dat is nu onze modus van bestaan. Men zegge het graag voort, dat is onze Kroonboodschap.
