Het is geweten dat misdadigers al eens graag terugkeren naar de plaats waar ze hun misdrijf hebben gepleegd, voor pyromanen blijkt dat eveneens te gelden, het zijn mensen die het vuur van het verderf in zichzelf blijven aanwakkeren. Deze criminele soort kan blijkbaar niet weerstaan aan de drang om te komen nagenieten van de menselijke ravage die ze hebben aangericht.
Het omgekeerde komt ook voor: slachtoffers die onweerstaanbaar worden aangetrokken om zich te begeven naar de plek waar hen een calamiteit of drama is overkomen. Het is alsof zij de klok willen terugzetten naar een tijd dat ze nog ongedeerd waren, dat de pijn en het leed hen nog niet werd berokkend. Of dat zij nieuwe potentiële daders willen verhinderen om toe te slaan, eventueel om de eerste bandieten of dieven zelf te pakken. Klinkt dit laatste ongeloofwaardig, wel dan, ik ben zo’n geval. Om de zoveel weken ga ik wat rondlopen in het station van Brussel-Noord. Hieronder volgt de verklaring.
In september 2022 werd ik het slachtoffer van een roofoverval aan de ingang van Brussel-Noord. Een groepje allochtonen had me al een tijdje achtervolgd toen ik vanuit de Anspachlaan richting station wandelde. Op zeker moment kreeg ik een harde nekslag van de bendeleider, ik was even versuft, maar vluchtte dan naar binnen en pakte zo rap als het kon een trein richting Leuven, content dat ik me in veiligheid kon stellen. Pas ’s anderendaags stelde ik vast wat me overkomen was, letterlijk wat men mij ontroofd had: een wit-gouden halskettinkje met daaraan een hangertje waarop een vingerafdruk van mijn overleden zoon Vincent (1981-2018). Het juweel was uniek en onvervangbaar. Weg dus die in alle opzichten kostbare herinnering aan mijn enig kind. Voor mij was het alsof mijn zoon voor een tweede keer doodging. Alhoewel ik een perfecte persoonsbeschrijving kon geven van de hoofddader en de feiten integraal gefilmd waren door de veiligheidscamera’s op die plaats, verklaarden politie en parket zich onmachtig om de Noord-Afrikaanse straatrovers te vatten. Daarom keer ik er om de zoveel tijd terug, ik “controleer” de drie ingangen van het station en spied de omgeving af. Tot heden tevergeefs.
Wat ik dan wel vaststel is het complete verval van die stationsbuurt. Overal hangen en liggen er jonge migranten in hun eigen en andermans vuil. Om de twee minuten worden mij drugs aangeboden. Tientallen van die haveloze gasten zijn zelf stoned, onder andere de succesdrug fentanyl maakt van hen strompelende zombies met uitgeholde ogen en rotte tanden. Er wordt overdag gewoon op straat geslapen, ook geplast, gekotst en de rest. Er is zelfs slecht nieuws voor de Belgische mannen met een bepaalde behoefte: de rode-lampen industrie is er zo goed als failliet, de hoertjes hebben blijkbaar veiliger oorden opgezocht, van dat erotische patrimonium resten enkel nog ingeslagen vitrines en vieze portieken waar asielzoekers hun nest met mest gemaakt hebben. Eén constante: stank!
De politie patrouilleert nog wel en Securail (veiligheidsdienst NMBS) is alomtegenwoordig, maar ik zie niemand vaststellingen of interventies doen. Ze wachten duidelijk (slechts) op een uitslaande acute situatie, maar doen op geen enkel vlak aan preventief optreden of (bijvoorbeeld) drugsbrandjes blussen. Waarom zou ik dan moeten aangeven dat mij om de haverklap weed of coke wordt aangereikt door dealers die ik direct (ter controle door de politie) kan aanduiden? Ik zie gewoon dat zoiets geen zin heeft, de politie laat zelfs moslima’s gerust die er in integrale nikab-kledij komen voorbij paraderen, om u een idee te geven: vier van die tentenkampmadammen passeerden mij rakelings, volledig in hun zwart habijt gehuld, enkel ter hoogte van de ogen is er nog een dunne spleet van hoogstens een halve centimeter. Dit is duidelijk tegen de wet (van 1 juni 2011) op het boerkaverbod, dit gaat dus
om een expliciete en flagrante inbreuk op het Strafwetboek, want “het dragen van kleding die het gezicht grotendeels of volledig bedekt, is verboden”, dit alles in het kader van de publieke veiligheid. De aanwezige politie had het niet gezien want ze keken de… andere kant op. Ik heb hen er niet mee geambeteerd, want ik wil zelf geen aanklacht riskeren wegens… racisme of discriminatie.
In zulke omgekeerde wereld leven wij momenteel. Het is de mocromaffia die er eigenlijk de straten regeert, dat is een misdaad-drugskartel van Belgo-Marokkaanse origine. Maar… staat het ons niet aan dan gooien zij om te beginnen de ruiten in van weerloze prostituees, of zij beroven een niet meer zo jonge Belg, of zij zeggen bij monde van de gehoofddoekte schepen Saliha Raiss, gemeenteraadslid in Molenbeek: “wat is uw probleem, als het u hier niet bevalt, dan moogt te vertrekken”. Een akelige en erg actuele realiteit.
Om nog even terug te komen op de mannen – desnoods madammen en koppels, ook het ganse LGBTQ-peloton – die met een zwoele kriebel in de broek zitten:
bij het huidige gebrek aan liefdesmadeliefjes in de Aarschotstraat kunnen zij eventueel terecht op de Anspachlaan voor de aanschaf van surrogaat sekshulp onder de vorm van speeltjes allerhande die daar in ongeveer twintig erotische boetieks worden te koop gesteld. Uw discretie is er verzekerd, want er komt haast geen cliënteel, u zal er wel perfect geriefd worden door minstens 3 verkopers (m/v) in elke zaak. Het gaat immers om personeel dat zich te pletter verveelt en van kettingroken hun hoofdbezigheid maakt. Wat ik hier wil zeggen: dit zijn nepwinkels, ze dienen als camouflage om het drugsgeld van de mocromaffiosi wit te wassen. Dus weet dat u dit criminele vreemden-schorremorrie zult sponsoren als u er langsgaat voor een onschuldige dildo of een ronkende vibrator. Niet dat zij uw geld nog nodig hebben, maar die winkeltjes zijn een alibi voor hen, achter de schermen van hun hete speelgoed schuilt obscure misdadigheid.
Als het criminele miserie regent in Brussel, begint het vies en vuil te druppelen in Leuven. Ook bij ons worden de straten meer en meer bevolkt door mensen die verkleed zijn in integrale islam-verpakking. Wij zien zelfs moslim-meisjes van hoogstens 5 of 6 jaar voorbijwandelen in gewaden die enkel hun aangezicht nog bloot laten. Vestimentaire smaak is uiteraard vrij, maar de ideologie die onder deze wandelende tentenkinderen schuilgaat is minder vrijblijvend.
Laten we er alstublieft niet naast kijken dat de sluipende islamisering van onze samenleving in opmars is, onze groen-rood-linkse landgenoten geven hen enkel nog een duwtje in de rug. Hoe ver kan zelfhaat reiken? Om de zoveel dagen stellen wij hier vast dat er weer eens het glas van een uitstalraam is ingeslagen. Het gaat steeds om allochtone (Noord-Afrikaanse) kapperszaken, we tellen er meer dan tien op twee straten in onze buurt. Van mijn ex-collega’s bij de politie weet ik dat dit (zoals in Brussel) om witwaskappers gaat. Ze dienen enkel als uithangbord, het knippen en het scheren geschiedt slechts om het zwarte geld van de zware jongens achter de schermen een legaal tintje te geven. Ondertussen voeren ze nog een intern oorlogje om een groter deel van de koek (die naar drugs smaakt) te bekomen en bekogelen ze mekaar met de scherven van het zoveelste venster dat sneuvelt. Wij kijken tegen die verbrijzelde vitrages aan en slikken onze kritiek in, uit schrik? Daarom schrijf ik het toch graag op, als opstoot van een kostbaar restantje Vlaamse cultuur, zolang het nog kan en… mag van de links-draaiende en moslim-paaiende woke-ridders die in onze stad de islam & co promoten, in het woeste spoor van onze verloederde hoofdstad. Weet dat op straat komen om massaal te protesteren nog net niet verboden is. Ontwaak Vlaanderen, revolteer, en vlug! Neem uw land terug in handen, recupereer onze normen en waarden… voor de nacht van Allah over ons allen valt.
