Ik, mijn beste, geloof niet in de liefde van iedereen voor iedereen. De hoeveelheid liefde is beperkt. Een mens kan van vijf mannen en vrouwen houden, misschien tien, soms zelfs vijftien. En ook dat maar hoogst zelden. Maar als iemand mij komt vertellen dat hij van alle onderdrukte volkeren houdt, of van heel Latijns-Amerika, of van het vrouwelijk geslacht, dan is dat geen liefde, maar mooipraterij. Lippendienst. Een leus. Wij zijn niet geboren om van meer dan een handjevol mensen te houden. Liefde is een intieme gebeurtenis, zonderling en vol tegenstrijdigheden, want het komt meer dan eens voor dat we van iemand houden uit eigenliefde, uit egoïsme, uit hebzucht, uit lichamelijke begeerte, uit de wens om te heersen over degene van wie we houden en die te onderwerpen aan het object van onze liefde, en in het algemeen vertoont de liefde veel overeenkomst met de haat en ligt ze daar veel dichter bij dan de meeste mensen denken. Als je bijvoorbeeld van iemand houdt of iemand haat, wil je in beide gevallen dolgraag op elk moment weten waar hij is, bij wie hij op dit moment verblijft, of het goed of slecht met hem gaat, wat hij doet, wat hij denkt, waar hij bang voor is. Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?