De Hongaarse filosofe Agnes Heller (1929-2019) verzette zich tegen de ‘perfect rechtvaardige samenleving’ als iets totalitairs – portret in Doorbraak door Dirk Rochtus – hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis.

Heller begon na de oorlog chemie en fysica te studeren. Ze stapte echter over op wijsbegeerte, nadat ze de beroemde marxistische literatuurhistoricus en filosoof Georg Lukács aan de universiteit van Boedapest had horen spreken. Ze werd zijn assistente en bestudeerde samen met hem de Europese romans van de realistische stroming als weerspiegeling van de maatschappelijke verhoudingen. In naar het Duits vertaalde werken als Der Mensch der Renaissance (1964) of Alltag und Geschichte (1970) wilde ze aantonen dat alle grote culturele scheppingen voortkwamen uit de ‘behoeften, conflicten en problemen van het alledaagse leven’.

Na de Hongaarse volksopstand van 1956 tegen het communistische regime viel ze in ongenade, net zoals haar leermeester Lukács. Hoewel ze haar verbinding met de universiteit verloor, bleef ze in Hongarije. In 1977 emigreerde ze naar Australië om er een leerstoel sociologie aan de universiteit van Melbourne te bekleden. Nauwelijks negen jaar later viel haar de eer te beurt de grote filosofe Hannah Arendt op te volgen aan de New School for Social Research in New York.

Verzet

De Duitskundige Heller oefende in een interview met de Deutschlandfunk ook kritiek uit op de huidige Hongaarse premier Viktor Orbán als ‘vaderfiguur’. Zo zegt ze: ‘Er darf unsere Sorgen auf sich nehmen. Und für uns entscheiden und statt uns denken. Und er sagt, was wir denken sollen, was wir tun sollen, und dann ist alles in Ordnung.’ Vrij vertaald: ‘Hij mag onze zorgen op zich nemen. En voor ons beslissen en in onze plaats denken. En hij zegt wat we dienen te denken, dienen te doen, en dan is alles in orde.’

Populisme

Van een vergelijking van onze tijd met de Weimar Republiek (Duitsland tussen 1919-1933) en de jaren dertig moest ze ook niets hebben. De mensen zouden uit de oorlogservaringen lering getrokken hebben. Misschien niet heel veel, maar genoeg om te weten dat de geschiedenis zich niet zal herhalen. Niet dat er geen gevaren dreigen voor onze democratie. Ze vreesde dat Europa misschien ooit uit elkaar valt en dat de natiestaten dan weer tegenover elkaar zouden komen te staan.

Heller ontwikkelde in die context dan ook het begrip ‘dystopie’, als tegenhanger van ‘utopie’. Waar de utopie berust op hoop en dus kan ontgoochelen, leert ons de dystopie om ons voor te stellen hoe een ‘verschrikkelijke toekomst’ er als mogelijkheid zou kunnen uitzien. Op die manier bereiden we ons beter op een minder rooskleurige toekomst voor. De voorstelling dat er weer een oorlog binnen Europa zou kunnen woeden, is zo een dystopie.

Heller betreurde dat er in de landen van het vroegere Oostblok onder invloed van het Sovjetsysteem zich nog geen echte middenklasse als waarborg voor de democratie heeft kunnen ontwikkelen. ‘Middenklasse’ karakteriseerde ze niet enkel als een sociaaleconomisch, maar ook als een cultureel gegeven. Ze zei ook meer vertrouwen te hebben in de Verenigde Staten (VS) dan in Europa. In de VS zou de democratie uit het midden van de maatschappij ontstaan zijn.

Jodendom

Ooit ontsnapte Agnes Helller als vijftienjarige aan de oevers van de Donau aan de dood. Op vrijdag 19 juli ging de negentigjarige filosofe in het Hongaarse Balatonmeer zwemmen. Ze keerde niet meer levend terug.

 

Een reactie achterlaten