“Mijn ambitie voor Vlaanderen, mijn ambitie voor jullie, dat is de top, niets minder”

Dat waren de woorden van Jan Jambon op de Groeningenkouter in Kortrijk ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag. Het heette dat hij een hoopvolle boodschap wou brengen voor de mensen. Hij wil vooruit met Vlaanderen.

Ik bol echter achteruit met die gast. Ik ben zelfs boos op Jambon. Hij is een man die aan holle woordkramerij doet, een hoogst ongeloofwaardige politieker. Hij zit te toeteren dat hij het goed meent met onze regio, dat de Vlaamse burger hem nauw aan het hart ligt. Hij liegt naar believen.

Hij vertegenwoordigt ons allen, het Vlaamse volk dus. Daarvoor wordt hij  rijkelijk betaald als Minister-President. Hij schonk zichzelf als surplus het departement van Cultuur, een duur cadeau voor iemand die beginnende schrijvers compleet negeert. Dat was mijn spijtige geval.

Ons boek Testament van Taal werd in 12 bibliotheken van de Hagelandse regio opgenomen. Het wordt te koop aangeboden in drie boekhandels, twee in Leuven (Plato en Barboek) en één in Mechelen (De Zondvloed). Er waren drie kranten die ons kwamen interviewen, we kregen telkens een bijna paginagrote reportage. Wij danken al die lieve mensen voor hun positieve respons. Wij zijn twee voorzichtige debutanten, met de co-auteursnaam Nathan Juda (dat zijn mijn geliefde en ikzelf). Ik pen de woordjes neer, Nathalie penseelt de tekeningen en bewerkt de plaatjes. Wij zijn een tomeloos verliefd geolied duo. De productie loopt gesmeerd. Momenteel zijn wij naadloos overgeschakeld van een boek op een blog.

Van de eerste druk van Testament van Taal zijn er bijna 100 exemplaren de deur uit. Wij zijn dik content, voor een eersteling in eigen beheer kan dat tellen. De commentaren bevallen ons, maar we gaan voor meer én beter. Een hobbyproject is stilaan een gedreven werk geworden, maar we amuseren ons vooral. Wij schrijven en tekenen met immens veel plezier.

Bovenstaande boodschap heb ik al drie keer overgebracht aan Minister-President Jan Jambon. Niet om ons boek bij hem te promoten, maar omdat hij eveneens het departement Vlaamse Cultuur beheert. Ik wou van hem vernemen wat de criteria van een bibliotheek zijn om een boek al dan niet op te nemen in de lokale collectie. Want mijn nobele thuisstad Leuven vertikte dat in ons geval, zonder opgave van een exacte reden. Burgemeester Mo kende evenmin het antwoord, hij bleef doofstom. Dus over naar de Oppervlaam dacht ik. Ik zou uiteraard zijn stellingname gerespecteerd hebben, geen probleem. Wij wikken, inclusief de bib’s, maar de minister beschikt. Dat mag een strikte hiërarchie zijn, graag.

Ik schreef hem aan in april, geen antwoord, zelfs geen beleefdheidsgroet of ontvangstmelding. Ik schreef hem terug in mei, maar zijn vogel legde geen ei in mijn nest. Ook mijn brief van juni bleek vruchteloos. Jambon gaf niet thuis. Ondertussen lazen wij dat hij druk was met zijn nieuw lief, leuk voor hem, maar hij wordt ook betaald om ons te vertegenwoordigen. In een gezonde democratie staat het begrip volksvertegenwoordiger toch voor iets?! Of wil zo’n plompe man enkel cinema maken op de televisie?

Ik richtte een vierde schrijven, met dezelfde vraag, aan zijn voorzitter Bart De Wever. Helaas, ook dat heerschap bleek vermist, een ijle schim, totaal ongrijpbaar voor een modale man als ik; een boomer wordt dat nu genoemd. Misschien niet interessant genoeg voor electorale meerwaarde?

Nathalie en ik gingen verder in de aanval, we attaqueerden Theo Francken. We geraakten binnen in zijn kabinet en we dronken er zwarte NVA-koffie en knabbelden Vlaamse koekjes. Mooi gebaar van de burgemeester van Lubbeek, hij beloofde ons te interveniëren bij straffe Jan en sterke Bart.

We zijn net geteld twee maand later. Niks bougeerde. We zitten nog steeds op onze honger. Jambon is in de tussentijd gehuwd met zijn lief, De Wever vecht in Antwerpen een drugsoorlog uit en Francken bekampt de Taliban. Respect voor wat die mannen allemaal doen, maar de essentie van al deze aangelegenheden is toch… fatsoen. Dit gaat om normen en moraal, om dingen goed te willen doen, om woord te houden, om mensen te respecteren, om uw volk eerlijk te dienen. Uit plicht en uit principe, of ben ik hierin mis?

Van Afghanistan tot Belgenland gelden dezelfde waarden, de kern en de kracht van een correcte samenleving zijn de mensenrechten. Ik ben niet meer waard dan een Afghaan, maar ook niet minder dan een minister-president. Ik richt me beleefd tot die meneer met een legitiem probleem. Ik betaal mee belastingen voor zijn royale loon, ik heb zelfs respect voor zijn status, ik stamp niet tegen zijn schenen, maar ik wil een minimum aan aandacht voor mijn bescheiden vraag. Daarom deze bijdrage aan de patsituatie, om de bobo’s van NVA een geweten te schoppen, een stamp onder hun gat te geven. Ik maak hier van mijn oren en mijn kloten. Voilà!

Of heeft Jambon in deze soms een reden? Ik refereer naar zijn iconische uitspraak aangaande de Vlaams-nationalistische collaborateurs in WOII.
Hij wou deze foute mensen verdedigen met de binnensmonds-cryptische uitlating: ze hadden misschien een ‘reden’… België barst zat daarachter. Jan Jambon vulde dat retroactief in ter verdediging van mensen die wij achteraf de ‘zwarten’ zijn gaan noemen. Onder hen waren er weliswaar veel die eerder grijs getint waren, maar daar gaat het niet over. Jambon wou zijn ideologische voorgangers vrij pleiten van medewerking met de vijand door te suggereren dat het om hun morele recht ging, uit verzet tegen de verknechting door België. Tja, Jantje.
Dan mag je de hand uitsteken naar een dictatuur, in casu de nazi’s, aldus pleitbezorger Jambon, ik vervolledig zijn redenering. Deze abjecte mening van een actuele Minister-President gebruik ik als gids graag in Kazerne Dossin om aan te tonen hoe kort door de bocht een verontschuldiging kan zijn, een grotesk excuus voor indirecte steun aan de Holocaust (!)

Het gedachtengoed van de NVA was me niet ongenegen, maar ik aarzel nu toch. Ik had eerder al een akkefietje (nog zacht uitgedrukt) met Theo Francken. U kan het nalezen in het stuk Theocratie van 10 maart 2021:
https://nathanjuda.be/9-maart-theocratie. De zaak was uitgepraat en uitgeklaard. Maar ik zit weer met een nare nasmaak. Jambon maakte het te bont. Hij zweeg zonder reden, daarom schreef en schreeuwde ik dit uit.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.