5 maart – Dood

mrt 6, 2020

Dood zijn, wat betekent dat eigenlijk? Vinnie is overleden, maar is hij dan ook dood? Lijkt een onzinnige vraag. Maar bij nader interpretatie kan Vinnie uiteraard niet dood zijn. Niemand kan überhaupt dood zijn. Het werkwoord zijn duidt immers op een bestaansvorm, een actieve toestand, en de dood is per definitie toch een passieve situatie, een niet-zijnsvorm. Niemand zal ooit van zichzelf kunnen zeggen: ik ben dood. Wij kunnen dat wel van een ander beweren. Maar die ander kan dat niet voor zichzelf stellen.

Niemand kan zich bewust zijn van zijn dood. En dan komen we toch bij die existentiële vraag: als de dood voor de betrokkene zelf geen zijns-vorm kan uitmaken, kan die dood dan ook bestaan?

Voor mij, vader van mijn betreurde zoon, lijkt Vinnie de facto dood, onherroepelijk. En dan rouw ik, dan verteer ik van verdriet, nog steeds, dan zal ik om hem lijden tot het einde van mijn dagen. Ik ben een getekend man, en ik wil ook niet anders dan deze beproeving verder zetten, ik wil hem hierdoor ook gedenken, ik draag hem overal mee, en mijn geliefde Nathalie vergezelt mij trouw op deze lijdensweg, zij maakt dit mee draaglijk, Vinnie zit ook in haar warme hart.

En zo houden wij onze jongen ook levend. Eigenlijk was dat ook zijn ultieme wens: hij wou niet vergeten worden. Daarom schreef ik ook Het Lied van Vinnie, en later (na de hetze van de familie AB) Het Privé Boek – Voor de Kindjes. Vinnie prijkt op een ereplaats in de living bij Nathalie, lachend en levend, hij rijdt op zijn fiets de hemel in, met die eeuwig jonge knipoog. Ik draag zijn vingerafdruk mee op mijn scapulier, een witgouden juweel dat ik nooit afleg. Vinnie is overal en hij is er altijd. Hij woont ook in de liefde tussen Nathalie en mij, hij is thuis in ons huis. Nooit zal hij vergeten worden, dat staat gebeiteld in onze verbintenis, het is een geijkte gelofte.

Dan komen we terug bij onze aanvangsvraag. Is Vinnie dan dood? Nee, hij is niet dood, hij is wel lijfelijk afwezig, maar zijn rijke geest verblijft gewoon bij ons, zijn ziel is hier, begeesterend en inspirerend, warm en gloedvol. Vinnie spreekt tot ons, dag en nacht, hij komt langs in de lieve lach van Roosje en Martje, zijn kleine meisjes. In hun ogen twinkelt Vinnie.

En zo zou hij het ook gewild hebben. Bij ons verblijven, in ons midden zijn, woordeloos spreken met zijn grote hart, dat niet meer tikt, maar niettemin nog leeft. Een biologisch hart kan afsterven, maar de boodschap die het uitdraagt zal altijd overleven, een mens is onsterfelijk door zijn binnenkant. Hoe meer warmte en hoe meer goedheid, hoe groter de gloed die blijft hangen.

Daarom, dank u Vinnie. Je bent niet dood, je liet ons je moed en je hoop, dat was je essentie.
De diepe kern van je wezen zit gewoon bij ons op de schoot, wij koesteren je zonder stoppen als het onschuldig kind dat rustig doorgaat met groeien, je blijft openbloeien, je schitterende moraal blijft ons dagelijks verhaal.

De dood is uiteindelijk het grote Niets, in het Engels nothing, of no-thing, het niet-ding of het niet-materiële. Van wat zich aan ons voordoet als niet materieel zijnde, kunnen we ons geen voorstelling maken, het valt buiten onze bewustzijnswereld. Dus hier past nederigheid.

Mensen kunnen geloven in God, in het bovennatuurlijke of het spirituele, maar het blijft slechts een daad van geloven, een aanname, tegen beter weten in, er is geen bewijs van enig gelijk.

Dus tot nader order hou ik het bij bescheidenheid, mijn zoon is niet dood, dat wordt zo wel gezegd in de volksmond, ook ik bezondig me daar gemakshalve aan in de spreektaal, maar in wezen weten wij het niet. Vinnie kan niet dood zijn. Het klinkt raar en deze premisse gaat naar zoiets als een troost van semantisch-filosofische aard. Maar toch kan dit taalkundig niet weerlegd worden. En taal kan niet anders dan een afspiegeling van de werkelijkheid zijn.

Conclusie: Vinnie behoort tot ons, hij gaat door met leven in de wereld van ons hart, in de woonruimte van ons huis, in de knusheid van onze living, lachend op foto’s, in de pretoogjes van zijn kinderen, in onze herinneringen en gesprekken, in onze zachte woorden als wij ’s nachts met hem fluisteren, dan luistert hij.

Niemand kan dood zijn, Vinnie, ook in die zogenaamde dood, blijft doorgaan met bestaan. Voor altijd, zoals hij ons gevraagd had. Graag gedaan, dierbare jongen, mijn prachtige zoon.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.