“Ik ademde de vrije nachtlucht in, ik keek ongelovig om me heen, ik zette voorzichtig twee passen voorwaarts, daarna één pas zijwaarts, een paar passen achteruit en weer opnieuw naar voor, niemand hield me tegen, dit betekende vrijheid voor mij, gaan en staan en bewegen zoals ik dat wilde, zonder dat iemand me tegenhield, geen bewakers, geen honden, geen geweren”.

Ik citeer uit de losse pols, zo meen ik me het indrukwekkende slot te herinneren van ‘De plaats die ik nooit heb verlaten’. Auteur is de Joodse Tobias Schiff (1925-1999), hij schreef als overlevende van Auschwitz zijn ijzingwekkend relaas neer in de vorm van een beklijvend prozagedicht.
Het betreft een beklemmend literair epos, Schiff bereikt met dit ijzersterk bijbeltje het niveau van een Nobelprijswinnaar, zo oordeelden vele academische critici.

Bijna bij elke rondleiding als gids haalde ik deze gigant aan, omdat hij de diepste essentie raakte van de Holocaust, namelijk het brutale en totale vernietigen van wat ons het allerdierbaarst is, de vrijheid om ons naar eigen believen ongehinderd te verplaatsen.
Het is voor ons zo vanzelfsprekend geworden dat wij er niet meer bij stilstaan. Daar hakt een dictatuur dus meteen op in, zowel de nazi’s als IS en de communistische regimes. Poetin gijzelt de Oekraïners op zijn manier.

Als beginnende FB-gebruiker contacteerde ik via messenger de dochter van Tobias Schiff, een Joodse dame die in Antwerpen woont. Ik wou haar mijn groot respect voor haar papa betuigen, een icoon van moreel verzet. Ik kreeg geen spontaan antwoord. Ik drong aan, en nog eens en nog eens, uiteindelijk ontving ik een… duimpje. De vrouw in kwestie geeft ook rondleidingen in de Joodse buurt in Antwerpen, ik was geïnteresseerd. Nu niet meer, ik vind een duimpje veel te slap als eerbetoon aan het ethische monument dat haar vader heeft nagelaten. Ik was aangeslagen van zulk pietluttig gebaar, dat schreef ik ook aan haar beste vriendin en… ik werd terstond ontvriend door de dochter van Tobias Schiff. Eén generatie volstaat om de sloophamer boven te halen. Daarom laat ik hier dit spoor na.

Een jonge ex-collega van mij gidst op aanvraag ook sporadisch in diezelfde Antwerpse Jodenbuurt, ze is zelf een bekeerde Judaïsche. Ik bestelde een rondleiding bij haar, ik nodigde een vriendin en haar zus uit om mee te gaan. Een prijs werd overeengekomen en met ons drieën werden wij rondgeleid. De beoogde tijd was twee uur, desnoods iets meer. Na één uur en een kwart besloot onze gids plots om af te haken, ze vond dat wij rond waren.
Het te vereffenen bedrag bleef evenwel de volle pot. Ik heb betaald, met beschaamde kaken tegenover de twee geïnviteerde dames. Was dit een typische Judasstreek? (hoorde ik hen hardop denken). Nee hoor, gaf onze gids ongevraagd het antwoord: zij moest dringen naar de basisschool vlak in de buurt om haar kinderen af te halen.
Salut en de kost!

Gij zijt begot hard aan het natrappen jong, schrijft een andere ex-collega mij. Tja, tot voor kort had ik bepaalde pijnlijke waarheden uit kiesheid verzwegen, mijn wrevel steeds ingeslikt. Die tijd is voorbij, ik werd zwaar getackeld, ik haal nu wat mijn gram. Ik ben nog altijd een fan van het landje Israël, maar van de Joden die ik persoonlijk kende heb ik wel mijn bekomst. In plaats van fiere zionisten bleken ze eerder verworden tot slappe Belgen: alles voor het ego en het geld. Eer is aan de meesten van hen niet besteed.

Ik kom nog even terug op de trapwedstrijd waarvan een medespeler me beschuldigde. Ik zal hem nooit vergeten, zo hard heeft hij ooit tegen me gebruld. Het was na een rondleiding waarbij we mekaar een paar keer gekruist hadden. In de wandelgangen gaf hij me nadien de volle lading, ik had te luid gesproken, zijn uiteenzetting meermaals verstoord. Dat brieste hij, ziedend en buiten zinnen.
Die gast is niet normaal dacht ik, nochtans zoals ik een product van de politie. Hij kreeg wel eens zelf een klacht aan zijn broek, van bezoekers nota bene. Meneer keek graag op onwetende mensen neer en hij deelde hen dat erg direct in dezelfde mate mee. Het was ook deze man die me aanvankelijk steunde in mijn gefundeerde kritiek op de lopende expo Mensenrechten, maar naargelang het tij voor mij ongunstiger werd, kantelde hij mee de andere richting uit, hij steunde de directie. Daar bestaat een klare uitdrukking voor: plat opportunisme.

Ik had eveneens een andere collega gehekeld die me nogal lichtzinnig een gedicht had beloofd als troost en ter nagedachtenis van mijn overleden zoon. Die cryptische dichter was echter totaal de mist ingegaan, zijn belofte was een loze toezegging gebleken, zijn poëzie was letterlijk… niks. Dat was volgens de collega van het brulmodel slechts een ‘vergetelheid’, zoiets kon iedereen overkomen. Hallo, het ging om een sterfgeval, van mijn zoon. Is dat soms een fait divers? Zulke gratuite praatjes komen zonder schroom uit de mond van gasten die in een Huis van het Hart staan te gidsen. In een museum waar de dood tegen de muren plakt, waar de mensenrechten aanbeden worden, daar wordt een collega gids, een mens zoals ik, een gewezen vader gemeen… vertrapt. Ja, dan bega ik graag zoiets als natrappen.

Men heeft me bij het vuil willen zetten, wel, ik plaats er een paar zakken vuilnis bij. In die zin ben ik zoals een ideologische Jood van het stamland, ik sla terug. Ik bied na een klap op mijn wang de andere niet aan, dat is te katholiek. Ik ben eerder een Israëli, ik verdedig me, dat heeft het leven me geleerd. Als je klappen krijgt, reken dan enkel op jezelf, hang het slachtoffer niet uit, organiseer je en ga ten aanval. Wees weerbaar, zo werk je aan jezelf.

Ten langen leste gaat de buitenwereld dan misschien beseffen dat ik ook een mens ben, dat ik niet willoos in de pas loop, dat ik een mening heb, geen schaap dat mee blaat en blind van het vergiftigde gras eet dat dictators zaaien.
Dat is mijn boodschap voor al mijn makke ex-collega’s, verweer u toch, klop om te beginnen op ‘woke’, het nieuwe despotisme van links. En nog een gratis tip, verzorg uw liefdesleven, met twee lukt alles beter. Ik weet waarover ik spreek.

Daarvan kan een zogenaamde bobo van Kazerne Dossin getuigen, hij had ons uitgenodigd om ten kantore uit de biecht te komen klappen, over de interne keuken van het museum. Ik had me laten vergezellen door de grote schoonheid, in de persoon van mijn geliefde. Samen togen wij naar de Joodse bolleboos die ook al in de Vlaamse politiek zijn sporen had verdiend. Ik had aanvankelijk de nodige achting voor deze gerenommeerde man. Hij stond voor mij symbool voor bijbelse onkreukbaarheid, een deugdzame behoeder van het Joodse erfgoed.
Ik vertrouwde hem mijn diepste bekommernis toe, ik was bezorgd over het mogelijke teloorgaan van het museum van de Holocaust. De man in kwestie sympathiseerde met mij en faciliteerde mijn openheid. Hij ging er eens flink tegenaan gaan in de hoogste regionen van Dossin, orde op zaken stellen, met dank aan mijn spontane verklaringen. Wat bleek een kleine maand later? Ik was compleet verraden door de zoveelste Judas van dienst, een valse Jood-van-mijn-kloten godverdomme. Zelfs geen mail kon er nog van af, de lafman!

Dit laatste geval heeft me tot vorige nacht achtervolgd, ik kon niet meer slapen van zoveel verraad. Ik dwaalde door de kille nacht. Ik klapte (om de donkere leegte en de sombere verveling tegen te gaan) mijn laptop open. Ik tikte bitsig en kwaad zijn naam in. Ik trof de onverlaat plots op een bekende plek aan, hij had er toch zekers wel een lemma!!!

Ik citeer in scheef geschrift hieronder (om mij definitief af te reageren) de letterlijke tekst van het zogezegde proces, mét vonnis, alles voor wat het waard is. Wikipedia is geen evangelie, mogelijks geen bewijs, vaak een indicatie. Maar ik was wel met verstomming geslagen. Hier stop ik mijn relaas. Lees en zeg nu zelf, lezer. Of check de feiten op uw eigen wijze.

André Gantman moest in 2000 ontslag nemen (als VLD-schepen in Antwerpen) nadat hij in verdenking was gesteld voor witwassen en fiscale fraude, nadien ook voor misbruik van vertrouwen. Hij werd op 20 maart 2000 aangehouden op betichting van mededaderschap aan bedrieglijke bankbreuk en zat ruim twee maanden in de cel. Hij verduisterde ca. 1,3 miljoen euro, hem van 1993 tot 1996 met cheques aan toonder overhandigd door de Israëlische Tsvi Vered-Rosenfeld, eigenaar van een rederij in moeilijkheden, ABC Containerline. Dat geld zou dan gebruikt worden als smeergeld om politici, meer bepaald van de toenmalige CVP, in het ABC-dossier gunstig te stemmen, wat niet gelukt is. De rederij ging uiteindelijk failliet. Hij plaatste het geld op de Zwitserse bankrekening van zijn toenmalige schoonmoeder en gebruikte een deel ervan (250.000 euro) voor privé-uitgaven. Hij werd op 2 maart 2006 veroordeeld tot achttien maanden cel met uitstel voor misbruik van vertrouwen, witwaspraktijken en het onttrekken van gelden.

Uit Het Nieuwsblad van 2 maart 2006: De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft voormalig VLD-schepen André Gantman veroordeeld tot 18 maanden cel met uitstel voor misbruik van vertrouwen, witwaspraktijken en het onttrekken van gelden aan ABC Containerline. Hij trad op als advocaat en lobbyman voor deze Antwerpse rederij.

André Gantman maakt tot op heden deel uit van de Raad van Bestuur van Kazerne Dossin, Museum van de Holocaust en de Mensenrechten te Mechelen.

De kanker van onzuiverheid zit in het Hart van het Huis.

 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.