Zalig Pasen en sappig paren, het is een taalkronkel die spontaan bij me opkomt op deze natte paasmaandag. Gisteren was het zondag, Nathalie en ik gingen langs bij ons ma in Baalrode. Wij toonden haar en mijn zus ons uitbundige trouwalbum. Ze applaudisseerden met een lieve glimlach, gniffelden bij het zien van de hoge split in het Italiaanse kleedje van mijn diva. Een glanzend stuk been kwam bloot, toonde een bijzonder blije dij.

Ik was bereid tot alles, keek braaf en bijna katholiek met hen mee. Het waren plezante foto’s, met expliciet afgelegde geloftes, naast een stille impliciete, de erotische belofte. Alles geschiedde tegelijk, zedige taferelen botsten op dansende billen en lachende borsten, handen balanceerden op het scherp van de snee. De plaatjes waren ingeplakt met sexy tederheid.

Ons ma liet geen traan, maar droomde soms weg, ze had heimwee naar haar dode heimat met onze pa. Haar zoon toonde een greintje emotie.

Bij ons vertrek besloot ik langs de grot van Lourdes in Baalrode te rijden.
Ik liet Nathalie het rustieke parkje zien, verstopt achter het schooltje waar mijn zus ooit voor directie doorging. Het zag er knus uit, kleinschalig en perfect dorpsachtig. Op maat van de jongsten, de kinderkameraadjes.

Het park zelf was nog niks veranderd, zoals steeds lag het er onberispelijk gekuist bij. De paadjes waren gegritseld, de blaadjes opgeraapt, de grond blonk er van devote gezondheid. Hier verkende ik mijn wereld als jongen.
Ik zette er mijn eerste stappen op de seksuele wegen, die zelfs naar het altaar ter plekke hadden geleid. Zie mijn vertelsel over Elsie in TvT 2020. Ook het prille meisje Belly leerde ik er ontdekken, vanonder haar kleren tot bij de VRT, een story eveneens verhaald in mijn vorige Testament.

Het kuise parkje verbergt nog overal onze sporen van puberale ontucht. Het was eerder jonge onschuld. Maar daar dachten de buren anders over.
Dat waren de donkere nonnen van het kloosterschooltje, zwarte maagden die over onze hormonen trachten te waken. Ze waren opgewonden zondig onder hun dubbelzware rokken. Zodanig dat ze soms controle verloren.

Onvergetelijk heftig, en ook onvergeeflijk triestig, was het voorval op een zonnige dag in de ontkiemende lente. Ik was met maatje Antoine te gast in ons besloten park bij de grot. In het gezelschap van de dartele Babs en haar spichtig nichtje Griet.

Toine verstopte zich met zijn Grietje achter de haag, om te zondigen of te biechten, dat was mijn zaak niet. Ik onderhield me met Babs, ik leidde haar af met onnozele praatjes terwijl ik haar van voor en van achter de maat nam. Onhandigheid en verleiding stonden pal naast mekaar, dicht opeen geplakt. Het moet ergens rond Pasen zijn geweest, het jaarlijks weerkerend feest van de eerste sappen nam zijn aanvang. Beving ook de nonnen in het aanpalende klooster. Zij keken waarschijnlijk begerig mee, met opgestoken vingertjes die alle richtingen uitgingen. Paassopjes werden opgeklopt. Ook het geestelijke vlees kent zijn zwakheden, vindt zijn weg onder gewaden die het droge nonnenvel bekleden. God ziet alles, hij verbiedt het expliciete en vergeeft gemakkelijker wat ongezien blijft.

Ik wou Babs niet geloven, ze vermoedde dat onze zwoelheid bespied werd. Ze hoorde hoge stemmen en kirrende lachjes, lichte extase, een gesmoord geluid, precies alsof er een koortje kort en hoog uithaalde.
Toen trad de algehele stilte van de verborgen buren in. Ik kon een blad horen vallen, vogels sjirpten, onze natuur borrelde en rispte op, kleren
ritselden. De lente deed zijn zuiverste best om ons te leren wat de juiste beleving was. Het geheim van het geile begeren lag binnen handbereik.

Ik vergat alles op die zalige plek, ik veegde mijn voeten aan dat gedoe rond Pasen. Ik at en dronk van de sappen van Babs, zij aanbad mij ook.
Toen we op een punt waren aanbeland dat de drang te groot werd en het parkcomfort te klein, hebben we met tegenzin een kruis gemaakt over onze graag gehanteerde onkuisheid. We bedekten onze aanbeden delen en liepen terug naar Griet en Toine. Die kwamen net uit de struiken.

Een afscheid drong zich op, we zochten dus onze velo, die we niet vonden.
Toine reageerde bliksemsnel, hij hoorde aan de uitgang van de grot dikke gewaden wapperen, een geklots van lomp gebeente op plompe schoenen.
Het waren twee voorthollende zwartrokken, een paar monsterlijk lopende nonnen die er met onze jongensfietsen vandoor gingen. Dit was een onmiskenbaar christelijke diefstal. Wij snelden er door het dolle heen achteraan, we wilden die smerige dievegges bij hun lelijk habijt grijpen. Helaas te laat, de kloosterdeur werd dichtgeklapt, onze rijwielen waren geconsacreerd in hun vermeend gekleurde hemel.

Onze gepikte fietsen waren het onderpand voor hun stiekeme zonde, niet de onze. Wij waren onbeschreven jongens en meisjes, wij verkenden veld en heide, wij liepen door parken en weides, vonden de eerste grotjes van genot.

Deze kloosterlijke diefstal kende nog een onsmakelijk vervolg. De hogere orde van de nonnen berichtte aan mijn vader dat hij de gestolen waar kon komen afhalen. Met mogelijke verlening van genade en vergeving voor mijn zondig vlees. Alsof er voor het slachtoffer van dit misdrijf een kerkelijke penitentie kon verleend worden. Hun eigen stiekem gevierde geilheid pardonneerden ze als een gesublimeerd feestje.

Mijn vader reageerde als een waanzinnige zwakzinnige, hij klopte en schopte er op los, hij sloeg en stampte me kort en krachtig voor verrot.
Hij toog vervolgens naar de nonnen, hij bood uit mijn naam, ongevraagd, zijn verontschuldigingen aan. Voor een zaak die volgens een klare en directe interpretatie van het strafrecht niks minder dan een regelrechte diefstal was.

Het waren de rare zeden van de jaren zeventig. Seks stond nog op de index. Katholieken mochten naast de pot pissen en andermans gerief pikken. De kerk dekte alles toe met de mantel der macht. Liefde was ver te zoeken, wij deden ons best, verkenden onze weg in een grot, genoten er goed, net niet verborgen voor de glurende buren van Jezus.

Deze hete heksen werden weldra ontmaskerd, de nieuwe maatschappij klapte open. Het zijn nu zielige restanten, hun graven lachen ongenadig.



Add title