Toen mijn overleden zoon (en enig kind) Vincent 17 jaar was, besloot hij een punt te zetten achter tien jaar competitiezwemmen. Ik gaf hem de raad om er in schoonheid mee te stoppen en de sport af te ronden met een cursus zwembadredder. Daar had hij wel oren naar en binnen de kortste keren was hij in het bezit van zijn brevet. Meteen kreeg hij een vakantiejob in het Provinciedomein van Hofstade. Knap werk toch voor een jonge gast die op deze manier kon kennis maken met de recreatieve arbeidsmarkt. Maar bij thuiskomst die eerste avond volgde de anticlimax.

Vincent vertelde van de problemen en spanningen die er geweest waren met allochtone jongeren, allen Franstalig, komend uit Brussel en duidelijk van Marokkaanse origine. De ganse dag waren er opstootjes en relletjes geweest, argeloze bezoekers met kleine kindjes werden lastiggevallen, vrouwen werden geambeteerd, oudere mensen geschoffeerd en jonge meisjes bepoteld. De amokmakers betaalden geen inkom, ze kropen over de omheining en ze eigenden zich plezierbootjes toe zonder geldig ticket. Mijn zoon was lichtjes aangeslagen door deze vrij heftige werkervaring.

Ik raadde hem aan om de directie op de hoogte te brengen, dat deed hij. Hij kreeg als goeie raad om zich niet te fixeren op deze kereltjes, zo veel mogelijk negeren, zei de grote baas. Zijn redenering:  als die Maghrebijnse hooligans geen aandacht krijgen, gaan ze zich wel gedragen als voorbeeldige Belgen.

Dat deden ze dus pertinent niet. Mijn zoon heeft er na een paar weken afgehaakt. Hij en zijn jonge collega’s waren gewoon de weerloze schietschijven van dat hetzerige schorremorrie uit de hoofdstad. Voor alle duidelijkheid, en nogmaals: die Brusselse jongeren waar het in die tijd al om ging, bijna 25 jaar geleden, waren pubers tussen 14 en 18 jaar, allen van Noord-Afrikaanse afkomst, meestal Belgo-Marokkaantjes.

Ik refereer naar mijn column ‘Rodewokerector’ van vorige zondag. Hoe iedereen de ogen sluit voor het feit dat het om jongeren van allochtone origine gaat, steeds dezelfde soort. Zowel de blinde politiek als de laffe media hebben boter op hun hoofd, maar ook de academische en de artistieke wereld, de socio-culturele sector en de hogere regionen van het onderwijs. De ganse kliek van links en woke zwijgt als vermoord. Het gaat hier om intentionele collaboratie met het Kwaad.

Op maandag 18 juli was het voor de zoveelste keer prijs: Brusselse jongeren raakten slaags met twee redders op het recreatieoord de Blaarmeersen in Gent. Eén van de redders moest met zware verwondingen overgebracht worden naar het ziekenhuis. Wat een akelige berichtgeving! Of begint het stilaan te wennen? Liggen er misschien te weinig mensen wakker van de traditionele waarden in onze maatschappij? Niettemin: laat deze dolle waanzin stoppen en grijp godverdomme in. Waar zit onze politie, desnoods het leger, de civiele bescherming, bewakingsagenten. Zet dan vechthonden en helikopters in, ten aanval tegen deze agressieve verstoorders van onze propere maatschappelijke orde. Maar links is te laf en rechts lijkt te bang.

Over de linkse lankmoedigheid had ik al met scherpe pen uitgewijd in Rodewokerector. Sindsdien zijn er nogal wat ronkende namen op de kar gesprongen, telkens om diezelfde rector Van Goethem te kapittelen.
De Vlaamse ministers Bart Somers en Ben Weyts benadrukten met klem dat de twee (door de woke rector) geschorste docenten enkel van hun recht op vrije meningsuiting hadden gebruik gemaakt. Ze hadden zich volgens die twee politieke zwaargewichten op geen enkele manier bezondigd aan racisme. Tel uit je verlies aan moreel prestige, hooggeleerde goeroe Van Goethem.
Ex-TV coryfee en gewezen kamervoorzitter Siegfried Bracke gaf hem op de opiniewebsite Doorbraak van 19 april de genadeslag: hij eiste niet minder dan het ontslag van Herman Van Goethem. Dat is andere koek dan onze nationale VRT waar ze het incident bleven afschilderen als een geval van onomwonden racisme. Hoe dwaas kan een prestigieus mediakanaal toch zijn. Voor onze objectieve nieuwsgaring zijn we op onszelf aangewezen. Leve de sociale media!
Wat we zelf doen is geloofwaardiger en eerlijker.

Hola jong schrijft een stille rechtse rakker met een pak schrik in de stem. Ziet dat ze u maar niet gaan pakken, wat gij daar schrijft is openbaar en gij veralgemeent een beetje te veel. Hij vreest dat ik een klacht riskeer als mijn tekst (Rodewokerector) in zijn huidige vorm publiek wordt.
Ach, zagenvent, heb dan toch wat ballen aan uw lijf en help mee onze schone samenleving te redden. Wat stelt al uw boekenwijsheid voor als ge zelfs niet vrank voor uw mening durft uitkomen. Mijn column van vorige zondag staat er ondertussen meer dan een week ongeschonden.
Politie en parket zijn nog niet langsgeweest. Ze passeren misschien eerst bij Somers, Weyts en Bracke. Vallen ze daarna bij mij binnen (als Nathalie niet thuis is, want anders krijgen ze klop van de deegrol), dan zitten we comfortabel met ons vieren in het gevang. Dat wordt ganser dagen klaverjassen en ons vermaken met de gezapigheid van (vaak) links en (soms) ook rechts.
Die laatste antihelden reageerden dan ook liefst op mijn controversieel opstel via de privé-weg van messenger.
Hoe moedig zijn deze broekschijters?

Om af te ronden geef ik het woord van onmondigheid aan Koning Albert.  Ik heb de anekdote ooit genoteerd van een goeie collega destijds die een van de vaste lijfwachten was aan het Hof. Het feit speelde zich ergens af op de grens tussen Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node. Het betrof een plechtigheid waarbij oudstrijders betrokken waren.
De Koning ging de korte rij langs en begroette de met lintjes en medailles gedecoreerden. Toen hij bij de laatste man aanbelandde, ook de oudste (90-plus), richtte deze zich plots tot de Vorst. Volgens mijn betrouwbare bron (die van zeer dichtbij zijn  grote baas volgde) zei dat stokoude manneke met bewogen stem: Sire hebben wij hiervoor gevochten? En hij wees naar de omgeving.

Mijn  collega verschafte me verder tekst en uitleg. De oudstrijder had het over de provocatief aanwezige hangjongeren, de vuiligheid alom, de totale verloedering van de buurt, de zelfbewust ruisende sluiers, de luide muziek uit de vele moskeeën en misschien… het bier dat niet meer werd getapt in de ‘Vloms-franskiljonse’ volkscafés of de verboden minirokken, wegens niet conform de sharia.  Sire stond met zijn mond vol tanden, hij grijnsde eens.
Pijnlijk momentje.

Dit verhaal begon met mijn zoon, hij was een traditionele Vlaamse jongen. Ook hij is al een tijdje verdwenen. Hij zal niet meer weerkeren, maar ik hoop ten stelligste dat we de fundamenten van onze cultuur nog op de valreep kunnen recupereren. (Zo vind ik mijn kind voor een stuk terug). Vrolijkheid en vrijheid, de dood aan politiek correct en woke. In dit prachtige land mag geen plaats zijn voor de tirannie van jonge islamieten. Wij willen zonen en dochters die onze samenleving respecteren. Dat is mijn diepste wens als papa van Vincent. Hij zat op het goede spoor. Ik trek dat door.

 

 

 

2 reactie op “Relgekkenwerk – 24 juli”
  1. Ik geef u 200% gelijk.
    Ik ben geen moordenaar en ik ben ook niet gewelddadig, maar vele van die pestjongeren zou ik graag eens de zweep geven. Ze verdienen het.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.