Ik mocht onlangs een ontroerend mooie en zeer uitgebreide bloemlezing ontvangen van mijn eigen werk. De tekstfragmenten, alinea’s en paragrafen waren niet enkel geput uit Het Boek van Vincent en Testament van Taal 2020, maar ook uit de columns van ons blog. De samensteller (m/v) was zelfs gaan grasduinen in het clandestiene kleinood Het Privé Boek – Voor de Kindjes, dat ik slechts voor een paar intimi had geschreven (wat bewijst dat er een spion of een verrader is geweest). Ach, het leven is – naast het praktiseren van het liefdesbedrijf – vaak een mijnenveld en soms een lijdensweg. Maar ondertussen geniet ik toch, want de kern van mijn schrijfwerk werd prachtig en overzichtelijk samengevat, ik voel me haast een echte schrijver met deze expliciete compilatie, een gratis literair eerbetoon.

De bloemlezer (m/v) werkt beroepshalve op het kantoor van meester Bert Beelen, een prestigieuze advocaat in Leuven. Hij is een uitgeweken burger uit Budingen, in de buurt van Baalrode. Wij spreken exact dezelfde taal, niet die van de moraal natuurlijk, ik heb het slechts over ons vettig streekdialect. Ik ken den Bert al bijna 50 jaar, Beertje was zijn bijnaam aan de universiteit, waarschijnlijk vanwege zijn bolrode kop en zijn grijnzend gezicht, met daarover een gordijn pelsig haar gedrapeerd.

Nu terug serieus, naar mijn literatuur dus: Er hangt een schaduw over, langs de kant van het kantoor Beelen & co, ze beogen een operatie beschadiging, mijn woorden (opgeschoond door de beeldtaal van Nathalie) dienen om ons juridisch te wurgen, moord op de kunsten, het duo Nathan Juda zal hangen op het tribunaal, klop met de hamer en afgelopen. Maar dan stopt de waanzin en gaan alle ethische alarmen af. Dan weet ik meteen wat gedaan, doorgaan met noteren wat niet integer is, aan de schandpaal die advocaten en dat gebrek aan moreel besef. Zij vormen de grof betaalde façade (een gevel van geld), daarachter zitten de agitators van het grootste kwaad: een kanker van contra-familiale aard.

Even een nuttige historiek, tevens een zedenschets. Toen ik mijn eerste jaar rechten aanving, moest Bert bissen. Dat was geen schande want zoiets overkwam het gros van de fils à papa, waarvan hij een onberispelijk exemplaar was, een eminente telg van wat de bourgeoisie heet in zijn regio. Daar is op zich allemaal niks mis mee, ik was een volkse jongen uit zijn buurt, maar afkomstig uit een lagere kaste, we zaten indertijd nog in de klassenmaatschappij. Maar geen kwaad woord over het jonge Beertje, hij wist ook niet beter. Was ik uit zulk verondersteld hoger nest gevallen, ik zou mijn vleugels misschien op dezelfde manier hebben uitgeslagen en de onderklasse beteugeld hebben. Den Bert heeft er nadien het beste van gemaakt, hij startte een advocatenwinkel op in Leuven, waar de klanten aan zijn toog langskwamen voor prijzige bijstand en raad tegen de hoogste betaling.

Zoals de weduwe van mijn overleden zoon deed, om me mijn wettelijk bezoekrecht aan mijn kleinkindjes te ontnemen. Het taalgrapje dat volgt is vreselijk voorspelbaar, maar ik kan het toch niet laten, sorry Bert: voor geld danst den Beer. Want dat doet meester Beelen wel, mij koeioneren met tegenargumenten die dan conclusies heten omdat ze duur betaald worden door een verzuurde familie die mij haat. Toch hebben ze blijkbaar nog de dikste prijs niet betaald, want er zitten hiaten in dat betoog van de schrijvende toga’s. Zo word ik beticht van ooit in een chalet gewoond te hebben (alsof dat een misdrijf is of een oneerbaar feit).
Het is op de eerste plaats een leugen, het huiswerk van Beelen & co is een vluchtig kladwerkje, een eerloos verwijt ook, want mogen mensen soms niet verblijven in mobilhomes, in caravans of zelfs in tenten. Toch nog een restantje van dat denken in diverse categorieën en klassecompartimenten, beste Bert? Er worden in dat paginalange geconcludeer (ze laten zich betalen per lullende meter) ook beweerd dat ik 4 jaar geleden een trombose heb gehad, dat kan best zijn, maar ik heb dat zelf niet beseft en nog minder aan den lijve ervaren.  Tenzij dat mijn hersenen zodanig werden getorpedeerd dat er stukken van mijn brein werden verbrijzeld. Oké, meester Beertje kan het blijkbaar weten, maar ik bevraag me verder bij mijn artsen: werd het medisch geheim hier misschien geschonden en tegen welke prijs?

De lectuur van zulke conclusies blijft echter een mobiele surprise, want ik lees dat ik ook niet meer met de wagen mag rijden.
Hallo beste Bert, hebt ge ook in het register van de rijbewijzen zitten snuffelen? Maar het is weer de verkeerde informatie, ten bewijze mijn rijbewijs dat ik ter inzage zal meebrengen naar de rechtbank. Mijn bedenking: geldt er soms een aflaat aan erelonen voor elke flater die in dit oneervol dossier verborgen zit? Zo ziet u maar dat ik de kwaadste nog niet ben, ik speel hier zelfs advocaat van de duivel.

Gelukkig ben ik een geboren optimist en een positivo (ondanks de dood van mijn zoon). Sinds ik mag verkeren in die nieuwe liefde voel ik me… beresterk. Ik ben en blijf tevens gecharmeerd door de literaire overzichtsexpositie die de acolieten van den Bert voor mij hebben opgesteld. Als mijn werk wordt gecompileerd, op een piëdestal gezet door een raadsman- of madam, dan word ik week vanbinnen en dan deel ik dat hier ook spontaan mee. Voor mensen die niet graag te véél lezen: doe bij deze uw aanvraag bij mij en vraag uw gratis kopie aan, een doorwrocht exemplaar dat aangemaakt werd op het kantoor van meester Bert Beelen en zijn kompanen.
Mijn bescheiden schrijfwerk behoort voortaan tot de canon van de Vlaamse literatuur, het werd juridisch gepubliceerd en kritisch bejubeld. Wat een eer voor mij, maar de pecuniare honneurs zijn voor de lucratieve dierentuin van Bert ‘Beertje’ Beelen, de éminence grise van de uitgeschreven eerlijkheid (want advocaten mogen niet liegen, worden niet betaald voor missertjes of gesmos op hun slabbetje). Ik wou nog een woordspeling maken op “misselijk”, maar mijn schone vrouw zegt dat dit betoog volstaat. De prijzenbuit is binnen, een aankloppende uitgever en een volhardend tijdschrift blijken meer dan ooit geïnteresseerd. Mooi toch.

Non-emotionele epiloog: een conclusie buiten categorie

Beste Bert Beelen,

Ik zie u prijken op de website van uw advocatenkantoor, fier tussen uw twee kinderen, een dochter en een zoon, ze staan klaar voor de opvolging. U bent een trotse papa, hopelijk ook opa. Tegelijkertijd bent u de man die tegen mij gaat pleiten. De duur betaalde raadsman ontbindt zijn baarlijke duivels en zijn opportunistische lyriek tegenover een vader van een overleden zoon, tegenover een opa aan wie men het recht wil ontzeggen om zijn kleinkindjes nog te zien, ‘mijn twee kleine meisjes’ (zoals Vincent hen bij zijn afscheid noemde).

Mijn enige vraag aan u is: waar zit uw gevoel? U weet pertinent goed dat ik het slachtoffer ben van een diabolische tegenpartij, besmet door karakterieel venijn en psychiatrisch gif. Ik kan u de bronnen en de bewijzen ter zake aanleveren, wees maar gerust.
Ze zitten in de onmiddellijke entourage en komen graag (maar stiekem) uit de biecht klappen.

Hebt u dan geen morele erecode, geen greintje deontologische empathie, dient uw togabrein enkel om prijskaartjes te printen en honoraria te innen? Met uw dubbele titulatuur van advocaat en van vader bent u perfect geplaatst om een ethische afweging te maken. Bent u echt van plan om een familiale maffia te verdedigen, gaat u uw ziel verkopen voor een (gulle) handvol zilverlingen? Als u daar gelukkiger van wordt, dan ben ik niet afgunstig, maar word ik vredig en rustig met de ongeschonden integriteit van mij en de mijnen. Zo heb ik destijds ook mijn enig kind opgevoed, volgens strakke lijnen van eerlijkheid, wars van geld en vals gewin.

Dat schrijf ik dra weer allemaal op, als vervolgverhaal voor de kindjes. Om niet het laatste woord te gunnen  aan het geldrecht van judassen, of zelfs niet te zwichten voor het juridisch beslag van een rechtbank, maar om het morele recht te laten zegevieren, dat is rechtvaardigheid.

met wijze groet
van een beproefde
aan de grijze goeroe
van de grote poenlyriek

 

 

 

2 reactie op “Ereloonrover – 9 oktober”
  1. Bravo wat mooi geschreven ,ik ben ook een slachtoffer van een vermogensbeheerder toen ik tijdelijk en onterecht colloceert was voor 34 dagen ,die man had zich aan me opgedrongen en gezegd dat ik moest tekenen en ik had nochtans een andere advocaat gekozen en naderhand heeft die die advocaat mijn geld beheerd ook het bedrag die na twee en half jaar invaliditeit met terugwerkende kracht op mn rekening werd gezet ,blijkbaar zijn alle klinieken betaald en verder niks behalve zichzelf elk jaar 800 euro ereloon van mijn geld plus toen ik ontdekte dat er 13.669 euro op mn rekn stond en hij me wijsmaakte dat hij me enkel tweehonderd euro per maand kon geven ik had toegang tot mijn spaarrekening maar niet mijn zichrekening en hij zette elke maand een klein bedrag erop en toen ik vroeg waarom hij niks of niemand betaalde met dat geld verdween het na een maand verdween er zesduizend en de maand erna nog eens zesduizend van die rekening ,ik heb de balie geschreven en dit gemeld maar meneer zou geen advocaat meer zijn ,wat kan ik doen ??

Reacties zijn gesloten.